Artikelen november 2017 (met themanummer uitvaart)

Het bisdom publiceert elke maand een aantal kant en klare berichten voor parochiebladen, parochiewebsites of andere publicaties. U kunt de berichten hieronder gratis downloaden voor uw publicaties. Als u uw mailadres doorgeeft op persdienst@bisdom-roermond.nl krijgt u de berichten maandelijks in uw mailbox. 

Downlod hier de WORD-versie van de berichten >>


MET SPECIALE THEMA-UITGAVE OVER KERKELIJKE UITVAARTEN

Beste parochiebladredacties,

Begin november vieren we in de katholieke kerk Allerheiligen en Allerzielen. Het zijn momenten om stil te staan bij leven en dood. In deze uitgave van de Parochiebladenservice vindt u, na de reguliere berichten voor november, een reeks thema-artikelen over de kerkelijke uitvaart. U kunt ze in een themanummer van uw parochieblad publiceren, als serie in meerdere uitgaven of op de website van uw parochie. U kunt de teksten ook gebruiken voor andere gelegenheden, waarin u gevraagd wordt de specifieke betekenis van een kerkelijke uitvaart toe te lichten. We hebben de artikelen bewust in één uitgaven van de Parochiebladenservice gebundeld, zodat u deze als themanummer kunt bewaren. We spreken onze hartelijke dank uit aan de priesters die de teksten hebben aangeleverd.

De redactie van de Parochiebladenservice


Bij Allerzielen  

Wij noemen de namen

Wij noemen de namen
van wie ons vóór gingen
op de weg van het leven;
de weg van het leven
en de weg van de dood.

Wij zullen hun namen
blijven herinneren
op onze weg door het leven;
onze weg door het leven
tot aan onze dood.

Wij kunnen de namen
nooit meer vergeten,
omdat ze staan geschreven,
voorgoed staan geschreven
in de palm van Gods hand.


Bisschoppen herdenken voorgangers met Allerzielen
 

Op het Oude Kerkhof in Roermond bevindt zich de grafkapel van verschillende overleden bisschoppen van Roermond. Elk jaar op 2 november – Allerzielen – vieren bisschop Frans Wiertz en hulpbisschop Everard de Jong in de kapel een eucharistieviering ter nagedachtenis aan alle overledenen in het algemeen en aan hun overleden voorgangers in het bijzonder. Na afloop van de mis bezoeken de bisschoppen de grafkelder onder de kapel. Hoewel de bisschoppelijke grafkapel niet groot is, is deze heilige mis openbaar en zijn alle belangstellenden van harte welkom. Het Oude Kerkhof ligt vlakbij de Kapel In ’t Zand in Roermond. De eucharistieviering op Allerzielen – donderdag 2 november – is ’s ochtends om 8.00 uur.


Lezing over bijbelgebruik bij joden en christenen
 

Joden en christenen lezen eenzelfde Bijbeltekst, maar lezen ze ook dezelfde Bijbel? Dat is nog maar de vraag. Ze lezen in elk geval met een heel andere bagage. Hierover gaat een bijeenkomst van de Resonansgroep Katholieke Kerken Jodendom, die op woensdag 8 november om 14.30 uur bij het bisdom (Swalmerstraat 100) in Roermond wordt gehouden. Spreker is Dr. Piet van Midden, docent Hebreeuws aan diverse universiteiten en pastorale opleidingen. 

De Joodse en de christelijke bijbel kennen overeenkomsten. Maar er zijn ook grote verschillen. Joden hebben immers geen Nieuw Testament en het heeft dus ook geen zin om van het Oude Testament te spreken. Joden lezen de bijbel vanuit een verzameling tradities, die de Talmud wordt genoemd en waarin rabbinale wijsheid van eeuwen en eeuwen is opgeslagen. Die traditie is voor hen maatgevend, meer dan de Bijbeltekst zelf. 

Tijdens de bijeenkomst op 8 november begint Van Midden bij de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament. Dit gebeurt op een wijze die iedereen kan volgen. “Zo kom je al wat dichter bij de Joodse traditie,” zo zegt hij. “Wie weet pikken we een graantje mee uit die schatkist. De manier waarop we op de universiteiten leren de bijbel te lezen, is er immers ook maar één…” 

Van Midden werkte van 1983-2017 als docent Hebreeuws voor verschillende universiteiten, het laatst voor de Tilburg University. Nu doceert hij – digitaal – Hebreeuws aan LUCE, het postacademisch platform van de Tilburg School of Catholic Theology. In deResonansgroep hebben zowel vertegenwoordigers van de katholieke kerk als van de Joodse gemeenschap in Limburg zitting. De groep organiseert regelmatig lezingen en bijeenkomsten. Deze zijn voor iedereen toegankelijk. Vooraf aanmelden voor de lezing is gewenst. Dit kan via m.rademaker@bisdom-roermond.nl.


Academie Rolduc over democratie: probleem of oplossing

Churchill zei het al: “Twee hoeraatjes voor de democratie. Geen drie, twee is genoeg”. De Engelse premier bedoelde daarmee dat ook democratie soms vragen oproept, al is er vooralsnog geen beter alternatief. Tijdens de bijeenkomst van Academie Rolduc op vrijdag 17 november gaat het over de toekomst van de democratie.

Dr. Detlef Rohling – priester van het bisdom Roermond en docent aan Grootseminarie Rolduc – zal door een filosofische bril naar het fenomeen democratie kijken. Is de historische houdbaarheidsdatum van de democratie soms afgelopen? Heeft democratie nadelen met zich meegebracht die alleen door een radicale wissel te verhelpen zijn? Is het wel de moeite waard om ook in de toekomst voor een democratie in te staan en er zelfs voor te ‘vechten’? En welke alternatieve samenlevingsvormen zijn denkbaar? Vragen als deze komen tijdens de lezing aan de orde. 

Academie Rolduc is de naam van een reeks lezingen van het Theologisch Instituut Rolduc over een breed scala aan religieuze, politieke, maatschappelijke of filosofisch onderwerpen. De maandelijkse lezingen zijn voor iedereen toegankelijk. De lezingen worden gehouden in Abdij Rolduc in Kerkrade. Deelname kost vijf euro per bijeenkomst. Belangstellenden kunnen zich per avond aanmelden via academie.rolduc@gmail.com

Een uitgebreid programmaoverzicht is te downloaden via http://www.bisdom-roermond.nl/mkw_uploads/Grootseminarie%20Rolduc/brochure%20academie%20Rolduc%202017-2018%20-%20digitaal.pdf
 


Bezinningsdagen voor vrouwen over pelgrimage

De bezinningsdagen voor vrouwen die de stichting Mgr. SchrijnenHuis elk jaar als voorbereiding op kerstmis organiseert gaan deze keer over bedevaarten. Gastspreekster Alice Frijns-Stassen uit Eys gaat in op de vraag waarom er elk jaar zoveel mensen op bedevaart gaan?

Waarom doen mensen dat? Waarop hopen zij en waar verlangen ze naar? Zijn ze op zoek naar ontspanning of is er meer? Zoeken ze genezing of kracht om met gebreken om te gaan? Ervaren ze op die plekken een glimp van God? Vragen als deze komen tijdens de inleiding van Frijns aan de orde. Ze zal spreken over pelgrimeren, de ontmoeting met jezelf, met anderen en je spirituele bron God.

Drs. Alice Frijns-Stassen studeerde theologie en religiestudies. Zij werkte jarenlang als docent levensbeschouwing en vertrouwenspersoon voor leerlingen aan een middelbare school en was twaalf jaar werkzaam als stafmedewerker bij de Dienst Kerk en Samenleving van het bisdom Roermond. Ze is ook bestuurslid van de stichting Mgr. Schrijnen Huis.

De bezinningsdagen vinden plaats op 28 en 30 november bij het bisdom in Roermond. Inloop is op beide dagen vanaf 10.00 uur. Na de inleiding en het gesprek is er een gezamenlijke lunch, daarna een interactief programma en vervolgens een korte gebedsviering. De dag wordt afgesloten met informeel samenzijn. Deelname aan de dag is gratis. Inschrijven is wel noodzakelijk, omdat het totale aantal deelnemers begrensd is. Geïnteresseerde vrouwen kunnen zich telefonisch aanmelden voor één van de twee dagen bij Myriam Rademaker via 0475-386892 of per e-mail m.rademaker@bisdom-roermond.nl.


THEMA-ARTIKELEN OVER DE KERKELIJKE UITVAART

De artikelen hieronder zijn samengesteld om parochies te helpen de achtergrond van kerkelijke uitvaarten beter uit leggen. We hebben de inhoudelijke teksten afgewisseld met interessante weetjes. De teksten zijn tot stand gekomen in samenwerking tussen de Dienst Liturgie en Kerkmuziek en de Dienst Pers en Communicatie van het Bisdom Roermond. 


Als katholieken afscheid nemen…. 

Als katholieken afscheid nemen van een dierbare, doen ze dat bij voorkeur in de kerk. Dat is de plaats, waar we als gelovigen samenkomen als er iets vieren is, maar ook als we verdriet hebben. De kerk is de plaats waar we elkaar steunen en waar we God om kracht kunnen vragen. De kerk is ook de plaats waar we in gelovig vertrouwen gedenken dat de overledene aan een nieuw leven bij God begonnen is. 

In onze tijd is het voor veel mensen niet meer vanzelfsprekend om naar de kerk te gaan. Ook niet voor een uitvaart. Parochies maken het regelmatig mee dat mensen, die hun leven lang trouw naar de kerk zijn gegaan, bij hun overlijden zonder kerkelijke uitvaart worden begraven of gecremeerd.  Vaak wordt door de nabestaanden als argument gebruikt dat ze zelf “niet meer zoveel met het geloof hebben”.  Maar daarmee onthouden ze hun overleden vader, moeder of grootouder die wel gelovig was, een belangrijke gebeurtenis: namelijk een kerkelijk afscheid. Bovendien ontnemen nabestaanden die zo redeneren, ook zichzelf de mogelijkheid  om geraakt en getroost te worden door de woorden en rituelen die de kerk daarvoor al eeuwen heeft.

Heeft u wel eens met uw kinderen, kleinkinderen of anderen die kort bij u staan over uw uitvaart gesproken? Wilt u na uw overlijden een kerkelijke uitvaart? Laat het uw nabestaanden nu al weten en laat het de parochie weten. Leg het desnoods op papier vast. U kunt hiervoor bijvoorbeeld een pastorale wilsverklaring invullen. In onze kerk vindt u folders met een voorbeeld. U mag ook altijd contact opnemen met uw parochiepriester. Als katholieken afscheid nemen …. doen ze dat samen. Met elkaar en met God. 

 


‘Dat moeten jullie maar voor me over hebben’

Mam was er altijd heel duidelijk in geweest. Voor haar was de kerk belangrijk! Het was de kerk van haar trouwen en van de doopsels van de kinderen, van hun communie en hun vormsel. Haar dochter was er ook getrouwd. Maar de kerk was ook de plaats, waar ze trouw wekelijks naar de mis ging. Dat had ze van huis uit, samen met haar zus. Ze was het altijd met overtuiging blijven doen. Als ze op tijd was, stak ze eerst kaarsjes aan bij Maria. En anders na afloop. Dan bad ze voor haar kinderen en allen die haar lief waren. Ze vroeg om hulp en ze zei dankjewel voor zoveel moois in haar leven. 

Ze had graag gezien dat haar kinderen nog eens mee waren gegaan naar de kerk, zoals vroeger. Maar die hadden hun eigen leven en hun eigen zorgen. De zondag was voor het gezin of voor de sport. Af en toe liet mam doorschemeren dat het haar goed zou doen als er eens iemand meeging. Maar opgedrongen had ze zich zeker nooit. Toen ze niet meer alleen kon gaan, hadden haar zoon en dochter haar nog wel eens gebracht, maar dat bleek toch te lastig.

Mam stierf. De kinderen hadden de laatste dagen bij haar gewaakt. Het was zwaar geweest. Maar al met al ook heel mooi. Alles was uitgesproken, in de hoop en het vertrouwen dat mam nog meekreeg wat er rond haar bed werd gezegd. Ze stierf vredig en in alle rust. “Eén ding moeten jullie me beloven,” had ze vaak genoeg gezegd, “Regel het maar, zoals jullie willen. Maar als ik dood ben, breng me dan eerst naar de kerk. Dat moeten jullie maar voor me over hebben.”

Dat moeten jullie dan maar voor me over hebben… Godzijdank hebben de kinderen inderdaad gedaan wat mam vroeg. Een mis in de kerk, met het haar zo vertrouwde dameskoor en zonder verdere poespas. Aan de pastoor was gevraagd om niet alleen te onderstrepen hoe goed mam voor haar kinderen was geweest, maar vooral ook dat haar geloof altijd zo belangrijk was geweest. Veel van wat ze had gedaan, zo zeiden de kinderen, en zeker ook wat ze had verdragen, was gedragen geweest door haar rotsvaste geloof. En inderdaad, de kinderen hadden het graag voor mam over om ten afscheid eerst met haar naar de kerk te gaan. Om dankjewel te zeggen…

Achteraf waren ze diep geraakt door het ritueel in de kerk. Hoe de mis gevierd werd, rondom de kist van mam. Hoe teksten en gebeden en gezangen – ook al begrepen ze veel niet – om mam heen klonken. Hoe de sfeer, de geur en de kleur van de kerk daar naadloos bij pasten. En hoe niet alleen mam, maar ook zijzelf door dat alles opgetild werden, gedragen. Dit zouden ze mam inderdaad niet hebben willen onthouden, maar ook zichzelf niet. Het geloof van mam, haar leven en haar sterven… hier viel alles op z’n plek. “Nee mam,” werd er bij het laatste afscheid op het kerkhof gezegd: “Dit hebben we maar wat graag voor jou over gehad.” 

In de tijd tot de zeswekendienst waren de kinderen regelmatig in de kerk. Tegen de koster zeiden ze dat ze blij waren dat ze mam inderdaad naar de kerk hadden gebracht. Toen een paar maanden later de zus van mam stierf en haar kinderen voor een rechtstreekse crematie in besloten kring kozen – tante had er nooit met haar kinderen over durven te spreken wat ze graag bij haar uitvaart zou willen en hen al zeker niet willen verplichten naar de kerk te moeten gaan – lieten ze bij de misintenties voor mam ook de naam van de tante toevoegen. Dat waren ze mam verplicht, voelden ze.

Vicaris / pastoor Ed Smeets


Je moet het maar weten (1):

Bijna vijfduizend uitvaarten per jaar 

In Limburg vinden er per jaar zo’n 4.750 kerkelijke uitvaarten plaats. Dat zijn er gemiddeld zo’n 40 per parochiecluster. Natuurlijk is het niet zo precies verdeeld, waardoor er in sommige parochies veel meer begrafenissen zijn en in andere veel minder. Het aantal kerkelijke uitvaarten bedraagt in Limburg bedraagt ongeveer een derde van het totaal aantal mensen dat per jaar in onze provincie overlijdt. 


‘Dan wordt haar naam tenminste nog genoemd’

De uitvaart van moeder werd geregeld door de kinderen. Vader zat er bij en poogde te volgen wat er gezegd werd. Veel ontging hem vanwege zijn slechte gehoor. Hij hoefde ook niet alles mee te krijgen, want hij had alle vertrouwen in zijn kinderen. Toen de collecte ter sprake kwam, vroeg een van hen of deze bestemd kon worden voor een goed doel. De pastoor legde uit dat de offergang bedoeld is voor heilige missen voor de overledene. De opbrengst komt daarmee per saldo ten goede aan het in stand houden van de dorpskerk. Ook een goed doel, toch? Vader had de discussie hierover wel degelijk meegekregen en reageerde: “Het geld van de offergang is voor missen. En na de uitvaart moet er ook een misstichting voor vele jaren voor mijn vrouw komen, want dan wordt haar naam tenminste nog genoemd.”

Dan wordt haar naam nog genoemd. Bij het doopsel klinkt onze naam voor het eerst door de kerk. In het huis van God, waar we het kindje naar toe hebben gebracht, klinkt de naam. Onze naam is niet zo maar iets. Het is allereerst de mooiste naam die pap en mam hebben kunnen bedenken en waarin ze al hun liefde en genegenheid hebben neergelegd. Het is met die naam dat we bekend zijn bij onze familie en vrienden, bij studiegenoten en collega’s en bij alles waarbij we betrokken zijn in het leven. Die naam gaat een leven lang mee. Maar het is ook de naam, waarmee we gekend en geliefd zijn bij God, die vanaf het doopsel een heel persoonlijke relatie met ons wil aangaan. In de kerken hangen vaak de namen van de dopelingen, de communicanten, soms de vormelingen, de jonge mensen die gaan trouwen en van de gestorvenen. Niet alleen als lijst of opsomming, maar met grote eer en diep respect. In al die vieringen klinken hun namen, want het zijn ook de namen waarmee God hen kent.

Dan wordt haar naam tenminste nog genoemd... Ook als niemand meer aan hen denkt. Het hoort erbij in ons geloof dat namen worden bewaard. De oude parochieregisters getuigen ervan. De boeken worden met ere bewaard, niet alleen als antiquarisch materiaal of als bron voor stamboomonderzoek, maar eerst en vooral als schriftelijke neerslag van een levend geloof: hun namen worden nog genoemd… hun namen zijn geborgen; niet alleen in onze harten, maar bovenal in God. Overledenen van wie we als gelovigen afscheid hebben genomen, worden ingeschreven in de boeken. Iedere pastoor en elke administrateur voelt aan waar het hier om gaat, zoals dat evenzo geldt voor de misintenties: hun namen worden genoemd, in de kerk, het huis van God, verbonden met de hemelse liturgie. 

Toen vader zijn punt gemaakt had, werd het even stil. Vervolgens werd er instemmend geknikt en met de pastoor afgesproken dat de kinderen na de uitvaart zouden doorgeven op welke data ze graag de missen gelezen zouden willen hebben. En als ze dan toch naar de pastorie kwamen, of er dan ook meteen een stichting voor moeder kon worden opgemaakt, voor lange jaren.

Vicaris / pastoor Ed Smeets


Je moet het maar weten (2):

Boek van de overledenen

Van een overleden gelovige zeggen we wel eens: “Zijn naam staat geschreven in de palm van Gods hand.” Het betekent dat God al zijn kinderen kent en niemand vergeet. De namen van overledenen worden ook écht opgeschreven. In het zogeheten Liber defunctorum. Dat is het register van de overledenen dat in elke parochie wordt bijgehouden. Hierin worden de naam van de overledene, de naam van de ouders of echtgenoot/echtgenote van de overledene, dag en plaats van het overlijden, dag en plaats van de uitvaart en de leeftijd van de overleden genoteerd. 

Heel oude parochies in Limburg hebben registers van overledenen die al honderden jaren oud zijn. Zo’n boek is handig als naslagwerk, zeker voor mensen die genealogisch onderzoek doen naar een tijd waarin er nog een burgerlijke stand bestond. Maar de echte reden achter het bijhouden van de namen is dat ieder mensenleven het waard was om geleefd te worden en dat iemand – als hij of zij gestorven is – altijd herinnerd wordt. 

Om diezelfde reden kennen sommige parochies het gebruik om voor elke overledene een kruisje of ander gedenkteken in de kerk op te hangen. Soms wordt ook een boek met bidprentjes neergelegd, zodat ook andere bezoekers deze overleden gelovige kunnen herdenken.


‘Je brengt me toch niet zomaar weg?’

‘Je brengt met  toch niet zomaar weg?’ Deze titel van een boek van Coby Vredenburg-Schouten schiet vaker door mijn hoofd. Meestal als ik geconfronteerd word met het overlijden van een dierbare, die in alle stilte gecremeerd of begraven wordt. Vaak mensen die me in de loop van de jaren dierbaar geworden zijn. Ineens ontdek je dat ze er niet meer zijn en dat je geen weet hebt waar of wanneer de uitvaart is geweest. Het voelt voor mij als een gemis, omdat ik niet echt afscheid heb kunnen nemen. Niet de mogelijkheid heb gehad om echt de laatste eer te bewijzen. Dat voelt voor mij niet goed. 

Ik heb behoefte om van een dierbare goed afscheid te nemen. Het liefst met een dienst in de kerk. Dat is toch een plaats die – alleen al door de sfeer – de rust oproept om het leven van je dierbare en de band met jou te gedenken. Het gaat er dan om aandacht te hebben voor zijn of haar leven; de geschiedenis die je met je dierbare hebt, aan je voorbij te laten gaan; te herinneren wat je samen beleefde in het leven; ruimte te geven aan de ervaringen van betrokkenheid bij de dierbare; stil staan bij het unieke, het eigene van iedere mens, maar van deze mens in het bijzonder. Bij het afscheid nemen wil ik dat daar aandacht voor is.

Afscheid heeft een persoonlijke invulling nodig, net zoals de geboorte van een mens een persoonlijke kleur krijgt. Juist omdat ieder mens uniek is – speciaal door God geschapen – moet aan het afscheid de nodige zorg besteed worden. Dat vind ik erg belangrijk. Daarnaast biedt een kerkdienst me ook de mogelijkheid om zowel het leven van een dierbare, als mijn verdriet om het verlies in een gelovig perspectief te zetten. Vanuit mijn geloof kan ik uitspreken dat er, ondanks alle pijn en verdriet, uitkomst en toekomst is. Mijn geloof legt een bodem in de put van het verdriet, zodat ik niet weg hoef te zinken. Ik vind houvast en troost in de belofte van Jezus zelf: “Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden. En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij!” Daar klinkt zo’n vertrouwen in door, dat ik me erdoor gesterkt voel. Er zit een begin van kracht in om weer door te kunnen met mijn eigen leven, omdat ik weet dat er toekomst is voor mijn dierbare, echt leven, eeuwig leven.

Jan Pieter Janssen, pr.


Je moet het maar weten (3)

Requiem heeft oude papieren

“Requiem aeternam dona eis, Domine. Et lux perpetua luceat eis.”Vertaald betekent dit: “Heer heeft hen de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte hen”.Traditioneel klonk dit gezang aan het begin van een kerkelijke uitvaart. Sinds de vernieuwing van de liturgie in de jaren zestig van de vorige eeuw kunnen er ook andere gezangen worden gekozen, maar de traditie is op veel plaatsen gehandhaafd.

En niet zonder reden, want het ‘requiem’ heeft oude papieren. De tekst gaat terug op een oudtestamentisch geschrift. In de liturgie wordt het zeker al sinds de achtste eeuw gebruikt en mogelijk al daarvoor. Meestal wordt het requiem in onze kerken op een gregoriaanse melodie gezongen, maar er zijn in de loop van de eeuwen wel honderden composities van de ‘dodenmis’ gemaakt. Heel beroemd zijn de requiemmissen van Mozart, Verdi, Fauré en Duruflé.  


Over de zinvolheid van een kerkelijke uitvaart

Het begin van het leven wordt door veel mensen – gelovigen en niet-gelovigen – als een wonder ervaren. Maar met de dood weten velen zich geen raad. Er is de pijn over de aftakeling van het lichaam of het verlies van een dierbare. Maar meer nog is er de angst om voorgoed te verdwijnen, om op te lossen in het niets. Als gelovige christenen gaan we ervan uit dat de dood niet het einde is en dat God de mens geschapen voor een gelukkig einddoel. 

Vanuit dit geloof vieren we in de kerk niet de dood, maar het leven van de mens bij zijn overlijden. Het perspectief van de dood is wezenlijk anders geworden door Christus’ verrijzenis. De dood is niet het einde, maar de overgang naar het nieuwe leven bij de Schepper. De uitvaartviering is een paasviering: een viering van hoop en perspectief over de grenzen van dit leven heen, waarbij onze dierbare wordt toevertrouwd aan Gods liefde. De uitvaartliturgie is rijk aan symboliek in zang, woord en rituele handelingen. Samen vormen ze één geheel: het één bevestigt het ander en op deze wijze wordt de viering een bron van hoop, bemoediging en troost. 

De overledene wordt begroet en naar het altaar begeleid, terwijl het kruis van de verlossing vóór hem of haar wordt uitgedragen. De paaskaars brandt als symbool van de verrezen Heer. Door het duister van de dood straalt het licht van het nieuwe leven, het eeuwige leven. In de lezingen uit de heilige Schrift spreekt Gods liefde voor de mens en zijn verlangen naar ons. In de preek slaat de priester een brug tussen de woorden uit de Bijbel en het leven van de overledene. Als de eucharistie gevierd wordt, doen we wat Jezus ons vraagt: Hem te gedenken, opdat we onszelf niet vergeten als zijn geliefde kinderen. We delen in het ene Brood van de hoop en de troost én van onze verbondenheid met Hem en elkaar: juist in de moeilijkste momenten van het leven. 

Onze hoop klinkt nogmaals in het ‘In Paradisum’ als we onze dierbare naar buiten geleiden. We bidden zingend dat de engelen de gestorvene naar het hemels thuisland zullen begeleiden en binnenleiden in Gods totaal omvattende liefde. De hemel is God zelf. Na een ‘mooie’ en zinvolle uitvaart ga je nooit – al ben je nog zo bedrukt – met je ziel onder de arm naar huis. We hebben juist samen beleden, uitgesproken en gezongen dat wij leven over de grenzen van dit leven heen.

Pastoor-deken René Maessen


Je moet het maar weten (4)
Veel regionale verschillen tijdens uitvaart

Kerkelijk uitvaarten lijken overal hetzelfde, maar dat is niet zo. Er zijn nogal wat regionale verschillen. Zeker wereldwijd. In Afrika gaat het er tijdens een begrafenis heel anders aan toe dan in West-Europa. En in Azië hebben ze weer andere gebruiken dan in Zuid-Amerika. Het gaat dan niet om grote verschillen in liturgie, maar om tradities en gebruiken die daar omheen zijn gegroeid. 

Ook in onze eigen streken bestaan er verschillen. Zo is de ‘offergang’, waarbij gelovigen tijdens de uitvaart naar voren komen om een gave in de collecteschaal te leggen en het gedachtenisprentje in ontvangst te nemen, een typisch gebruik voor Zuid-Limburg. Bij onze oosterburen is het gebruik dat bij een uitvaart de kist met de overledene niet in de kerk aanwezig is. Dit houdt verband met de wettelijke voorschriften die in Duitsland anders zijn dan in Nederland. 

Een ander regionaal verschil zijn de zeswekendiensten. Deze komen doorgaans alleen in het zuiden (Limburg en Brabant) voor. In de rest van Nederland is dit gebruik veel minder bekend. Terwijl een koffietafel na afloop van een uitvaart universeel is en vermoedelijk teruggaat op het voorchristelijke gebruik om een ‘dodenmaaltijd’ te houden als iemand overleden is. Het uitdelen van een bidprentje is van oudsher een typisch katholiek gebruik, maar wordt tegenwoordig ook bij niet-kerkelijke uitvaarten gebruikt.


De christelijke uitvaart

Ons aardse bestaan is eindig. Wij zullen sterven zonder uitzondering. Het is zo doodgewoon dat wij er vaak niet meer bij stil staan. Daar komt verandering in als de dood aanklopt in onze naaste omgeving. Vaak komt de dood onverwacht, maar vrijwel altijd ongelegen. Zelfs als we dachten dat de dood in de buurt was. We zijn bedroefd en weten niet goed wat we moeten doen of zeggen. 

Een spreekwoord leert dat we voor de dood allemaal gelijk zijn. Toch ervaren we heel goed dat de dierbare overledene niet eender wie is. Iedere overledene heeft een naam en was uniek. Uniek om wie hij of zij was, uniek voor wat hij of zij betekende. Dat maakt het uur van afscheid ook belangrijk. Ieder overlijden roept vragen op. En we zoeken naar wegen die recht doen aan de persoon van de overledene. 

Christenen hebben vanaf de eerste generaties veel aandacht ontwikkeld voor het gestorven lichaam en voor de uitvaart. Ze kozen voor andere gebruiken en kwamen samen in hun kerken. Het lichaam van de overledene wordt gedragen tot voor het altaar. Het lichaam wordt getekend met water dat zuivert als het doopwater. En ook met wierook, de goede geur van Gods Geest. 

De verrijzenis, daar draait het om in een christelijke uitvaart. Want christenen geloven dat Jezus gestorven en verrezen is. Tijdens de christelijke uitvaart bidden we dat Jezus ook onze dierbare overledene zal doen verrijzen. Daarin onderscheiden christenen zich. In de uitvaart van een gelovige kijken we niet alleen terug op een voltooid leven. We kijken ook vooruit, over de dood heen. Mensen bidden en horen woorden van troost en verrijzenis. Het is een kunst om het algemene van de dood, dat ons dwingt tot nederigheid, te verzoenen met het unieke van de overledene. Want in profane vieringen roepen we namen op en luisteren we naar het verhaal van mensen. In de christelijke uitvaart luisteren we naar het Woord van God. We luisteren naar wat Hij die geen mens vergeet te melden heeft. 

Elk sterven brengt ons dichter bij de dood. Elk sterven doet christenen met gevoeligheid luisteren naar de woorden van Jezus. Juist het sterven brengt ons op het kruispunt van leven en dood. Daar wacht Jezus op ons die sprak: “Kom binnen in het huis voor u bereid, een huis van vrede.” Deze woorden van Jezus willen ons geloof bevestigen en ons doen beseffen dat wij op aarde geen zwervers zijn, maar pelgrims. We komen van God en keren terug naar het huis van onze Vader, de hemel. Want Sint Augustinus wist het al: “Verrijzen is ons geloof, weerzien is onze hoop en gedenken is onze liefde”.

Eugéne Dassen, pr


Je moet het maar weten (5)
Bedienen is er voor zieken, niet voor de stervenden

Als de priester langs komt om iemand ‘te bedienen’, dan is vaak het levenseinde in zicht. Veel mensen stellen dit dan ook uit tot het allerlaatste moment. Dat is jammer, omdat het ‘sacrament van de zieken’ zoals het officieel heet, op de eerste plaats niet voor stervenden bedoeld is, maar om zieken kracht te geven. Het is bedoeld om mensen die ziek zijn en het moeilijk hebben te sterken, zodat ze met vertrouwen en in vrede hun ziekte kunnen dragen. En misschien zelfs beter worden. Het komt voor dat mensen dit sacrament vaker ontvangen. Het is het sacrament van de zieken, niet van de stervenden. Het is daarom beter om niet te lang te wachten met het vragen van dit sacrament: gun het u als dat mogelijk is om dit sacrament op een rustig moment te vieren, samen met uw dierbaren. In zorginstellingen, waar doorgaans geen priester meer vast aan verbonden is, is het meer en meer gewoon geworden dat niet de instelling maar de familie zelf contact legt met de parochiepriester. De parochiepriesters zijn te allen tijde bereid hiertoe een afspraak te maken.


Een kerkelijke uitvaart biedt ruimte voor méérwaarde

Het was een heerlijke dienst! Méér nog dan een aards afscheid, een hemelse thuiskomst!” Dat hoorde ik van iemand bij de koffietafel na afloop van de kerkelijke uitvaart. Inderdaad, een uitvaart van een geliefde in een oude kerk, midden tussen de mensen, waar bij klokgelui wordt gedoopt, gevormd en van alles gevierd; waar bij flakkerende kaarsen, walmende wierook en stralend licht, gefilterd door glas-in-lood, met gezang van een vrijwilligerskoor en voorgegaan door mensen in wisselend gewaad, die warme woorden spreken van vroeger en nu, die troosten en een visioen schilderen van “een land, waar geen rouw, geen geween, geen smart meer zal zijn”, op een vertrouwde plek, waar je – ook ná het afscheid – kunt delen en gedenken. 

Inderdaad, je waant je met z’n allen in een kortstondig paradijs, waar een ‘Hogere Macht’ je bescherming biedt. Heeft zo’n kerkelijk uitvaart dan toch iets méér dan een burgerlijke uitvaart? Voor menige familie kennelijk niet. Steeds vaker wordt als plaats voor het afscheid – wel of niet met een geestelijke – gekozen voor de aula van het crematorium. In een warme en mooie ruimte, gemakkelijk bereikbaar buiten de stad en voorzien van moderne media, kan alles geheel naar wens worden afgestemd. Zelfs de rouwmaaltijd kan onder hetzelfde dak worden genoten. Meer dan ooit valt in onze dagen grote nadruk op het persoonlijke van de afscheidsdienst! Dat betekent wellicht dat er in kerkelijke uitvaarten – naast het kerkeigene – ook meer ruimte moet zijn voor het persoonlijke! En dat kan. 

Het is heel goed mogelijk om de kerk te respecteren als het huis van God en tevens te beseffen dat het bij uitstek ook de plek is van mensen, in wie God “vlees” is geworden. Te respecteren dat de kerk een plaats is van eredienst aan God en je tevens te realiseren dat juist tijdens de uitvaart de kroon mag worden gezet op het leven van de overledene: de tempel toch waarin Gods Geest zelf huist. Te respecteren dat het kerkgebouw een plek is van vaste rituelen, menselijke handelingen om met het sacrale om te gaan en tegelijk openstaan om te scheppen, grenzen te verleggen en alles “nieuw” te maken, geschapen toch als we zijn naar Gods beeld en gelijkenis! Met het betonen van respect én met het bieden van ruimte, kan de kerkelijke uitvaart ook in onze dagen zijn meerwaarde blijven bewijzen.

Bert Knubben, pr


Vaarwel of Adieu, afscheid of tot weerziens

Met de veranderende kerkbetrokkenheid van mensen, verandert ook het afscheid nemen van onze overledenen. Steeds vaker staat het leven van de persoon centraal, tegen wie we ‘vaarwel’ zeggen. De laatste kans om de overledene in het licht te stellen, voordat hij of zij verdwijnt onder de grafsteen of achter de deur van het crematorium. Ligt bij het christelijk afscheid de nadruk op het ‘à Dieu’ – bij het tot weerziens bij onze God – dan ligt bij het niet-kerkelijke afscheid de nadruk op het persoonlijke herinneren, voordat alles af en uit is. 

Het gaat om het verschil tussen ‘vaarwel’ en ‘à Dieu’. De christelijke teksten bij een uitvaart spreken van ‘tot weerziens’, of van ‘de kroon op het leven door onze God’. Er is voor christenen een band tussen dit leven en het leven bij God na de grens van de dood. Bij een ongelovig afscheid ligt de nadruk op de herinnering. Daarom krijgen afscheidsplaatsen als crematoria of aula’s van begraafplaatsen de beschikking over de moderne mediatechnieken.

Met kunnen foto’s, films en muziek wordt de overledene herinnerd, waarna het einde definitief is. Christenen daarentegen blijven hun doden gedenken, telkens als ze samenkomen, juist omdat ze geloven in een verbondenheid over de grens van de dood heen. Omdat we als christenen samen geloven in ‘leven na de dood’ en in ‘God die voor de mensen het leven wil en niet de dood’, komen we rond een overlijden samen. 

Parochies krijgen vaak te maken met het veranderde verwachtingspatroon, ook bij een kerkelijke uitvaart. “Kan de lievelingsmuziek van onze vader of moeder gedraaid worden?” “Kunnen we foto’s projecteren in de kerk?” “We hebben een aantal mensen dat iets wil zeggen.” “We hoeven geen koor, geen organist en geen acolieten, want we houden het graag privé.” “We huren zelf iemand in voor de muziek.” “We willen de uitvaart in deze specifieke kerk, omdat dat gebouw ons aanspreekt.” 

Maar de christelijke uitvaart heeft een andere doelstelling dan bij een moderne seculiere beleving van de dood naar voren komt. De parochiegemeenschap biedt aan haar gestorven medegelovige een uitvaartritueel aan, waarin het geloof in het leven na de dood naar voren komt. De parochianen nemen daaraan deel. Het kerkgebouw is beschikbaar als centrale plek van samenkomst van de geloofsgemeenschap. De koorleden van de parochie zingen erbij. De priester van de parochie gaat erbij voor. De kosten van priester, koor, organist, koster, drukwerk, van het gebouw met verwarming, verlichting, geluid en inrichting, worden niet één-op-één in rekening gebracht. Er wordt slecht een bijdrage gevraagd in de kosten, die in werkelijkheid veel hoger liggen. Maar dat doen we graag, omdat we samen onze gestorven medegelovigen een uitvaart willen geven.

Het taalgebruik in de christelijke uitvaart is aangepast aan het geloof in een voortbestaan na de dood. We spreken liever niet over dood gaan en over het einde, maar we gebruiken het woord ‘overlijden’: over het lijden gaan naar een nieuw bestaan. Het is niet de individuele herinnering die centraal staat, maar de verrijzenis van Christus, die voor ons de weg naar een nieuwe toekomst geopend heeft. We tonen respect voor het lichaam van de overledene, omdat hij of zij met het lichaam tekens van liefde, vrede en gerechtigheid gesteld heeft en omdat we geloven dat God geen leven verloren zal laten gaan, maar de kroon op het leven schenkt. Ook de paaskaars van de verrijzenis herinnert ons daar aan. 

Aalmoezenier Wim van Meijgaarden sss


Je moet het maar weten (6)
Wat kost een kerkelijke uitvaart?

Als mensen verdriet hebben om het overlijden van een dierbare is het niet leuk om op zo’n moment over geld te beginnen. Toch speelt het vroeg of laat altijd een rol. Hoe zit het nu met de kosten van een kerkelijke uitvaart? Het tarief dat het bisdom Roermond adviseert bedraagt 440 euro. Als je bedenkt dat een gemiddelde uitvaart al gauw enkele duizenden euro’s kost, dan zijn de kosten voor de kerkdienst – het zogeheten rouwgeld – heel beperkt. 

De bijdrage voor rouwdiensten wordt niet gevraagd aan parochianen die in de vier jaren voorafgaand aan de dag van de betreffende uitvaart kerkbijdrage hebben betaald. Dit geldt zowel voor de bijdrage aan de eigen parochie of aan de parochie van waaruit zij naar de huidige parochie zijn verhuisd. Zij moeten dan per jaar wel tenminste het gemiddelde van de in deze jaren geldende minimumkerkbijdrage (110 euro per jaar) hebben betaald.

Waarom is de kerk genoodzaakt om dit geld te vragen? Parochies zijn in hun bestaan bijna volledig afhankelijk van de giften van mensen. Het onderhoud van het gebouw, de verwarming, de kosten van de priester, etc. moet allemaal worden betaald uit bijdragen van gelovigen. Daarom gelden ook voor afscheidsvieringen tarieven en zijn de collectegelden altijd voor de kerk zelf. In overleg kan vaak wel een collectebus voor een andere bestemming bij de deur of condoleancetafel geplaatst worden.


‘Crematie in besloten kring’ – Maar ik dan?

Het komt met grote regelmaat voor dat families ervoor kiezen om na een overlijden op voorhand geen ruchtbaarheid te geven aan de naderende uitvaart. Daar kunnen goede redenen voor zijn, maar vaak gebeurt dat willekeurig. Uiteindelijk blijft het natuurlijk een besluit van de familie in kwestie, maar of al die families zich altijd bewust zijn van de impact die een dergelijk besluit kan hebben? In parochies merken we vaak dat andere mensen diep teleurgesteld zijn, omdat de mogelijkheid tot afscheid nemen hen ontnomen is. 

Hetzelfde geldt als families besluiten om ook achteraf – dus helemaal – geen ruchtbaarheid te geven aan een overlijden. Er kunnen legitieme redenen zijn, maar er zijn ook altijd mensen die daardoor gepasseerd worden en die daarmee een (mens)waardig afscheid ontzegd wordt.

Twee nichtjes die zelf niet veel contact met tante hadden, redeneerden dat er ‘toch niemand zou komen’. Maar ze wisten niet dat tante al jarenlang intens contact hield met een paar buurtbewoners, die in de loop van de tijd hartsvriendinnen waren geworden. Tante was plots onwel geworden en in het ziekenhuis terecht gekomen. Tot opluchting van de vriendinnen leek ze te herstellen, maar na enkele dagen was contact niet meer mogelijk: de telefoon werd niet meer opgenomen. Voordat de buren goed en wel wisten dat ze plots overleden was, had de crematie al plaatsgevonden. Door de nichtjes op verre afstand zo geregeld.

Of wat te denken van al die overleden, naar wie maanden na het stille afscheid nog nietsvermoedend door dorpsgenoten of oud-collega’s gevraagd wordt hoe het hen gaat? Dan valt de mededeling dat hij of zij al maanden geleden gecremeerd is wel heel koud op het lijf. “Je voelt je haast crimineel of besmettelijk, schuldig in ieder geval, dat je zo streng geweerd bent van de uitvaart,” zei eens iemand. “Alsof onze vriendschap nooit heeft bestaan. Een klap in het gezicht, een dolk in je rug. En dan dat vreselijke gevoel niets meer te hebben kunnen zeggen, zelfs niet tegen de kist.”

Mensen willen afscheid kunnen nemen van elkaar. De dood hoort bij het leven, gelegenheid tot afscheid nemen eveneens. Als dierbaren, dichtbij of verder weg, dan ineens zo maar dood blijken en ‘vergaan’, dan blijven veel mensen toch met een steen op de maag achter. Als je dat als pastoor hoort en af en toe meemaakt, vraag je je af wie er mee gediend is? Natuurlijk heeft er een verschuiving plaatsgevonden van een publiek of gezamenlijk afscheid nemen, zoals dat vroeger ging vanaf het moment dat iemand stierf en thuis door de buurt opgebaard werd tot en met de forse koffietafel na de begrafenis, maar nu zitten we vaak aan de andere kant van het spectrum.

Mogelijk ligt er een taak voor christenen: om het mysterie van leven en dood, nochtans de kern van ons geloof, juist een prominente plek te geven in de wijze van afscheid vieren. De klok wordt geluid om het overlijden kenbaar te maken. Dezelfde klok luidt om mensen uit te nodigen samen te komen rond de overledene om in geloof afscheid te nemen. En nog eens luidt de klok als een soort van Adieu wanneer de overledene voor het laatst uitgeleide wordt gedaan. Met alle ‘traditionele gebruiken’, zeker ook in de katholieke uitvaartliturgie, gunnen we elkaar de kans om respectvol afscheid te nemen van elkaar. Dat zijn we elkaar niet alleen verplicht, maar dat zijn we elkaar toch ook waard?

Vicaris / pastoor Ed Smeets 


     
     
     
     
     
Susteren-Echt