Woord van de Administrator 2018 - 5

EEN NIEUW MARIAFEEST

Gebedssnoer
Ik moest stoppen voor het stoplicht in Roermond. Natuurlijk keek ik even wat rond en zag ik een man lopen van buitenlandse afkomst. Aan het gebreide mutsje op zijn hoofd en aan zijn gelaatstrekken was duidelijk te zien, dat hij uit een Arabisch land afkomstig was. Hij viel eigenlijk helemaal niet op, want in Roermond horen de mensen uit de landen rond de Middellandse Zee zonder meer tot het straatbeeld. Wat mij echter aan deze man opviel, was dat hij een soort gebedssnoer in zijn hand had, een soort rozenkrans. Ik herkende dat gebedssnoer, omdat ik het op een Israelreis bij zovele moslims had gezien. Zij laten het door hun handen glijden, terwijl ze in stilte hun vertrouwde gebeden uitspreken. Ik was verbaasd dat deze man in onze geseculariseerde samenleving zo trouw en voor hem zo vanzelfsprekend zijn islamitische vroomheid bleef beleven. Het vervulde mij met een zekere bewondering en respect.
 
Vanzelfsprekend
Uiting geven aan je geloof beschouwen wij westerlingen daarentegen als iets dat in de binnenkamer thuis hoort. Stoere mannen laten al zeker niets van hun gelovige inborst blijken. In sommige landen is gelovig-zijn iets dat vooral door vrouwen wordt gepraktiseerd. Ook bij ons zijn de vrouwen sterker vertegenwoordigd onder de kerkgangers. De plaats van de vrouw in de kerk is dus niet onbelangrijk, want vooral zij heeft het geloof van de Kerk steeds beleefd en doorgegeven. 
 
Toen ik deze vrome moslim met zijn gebedssnoer door Roermond zag lopen, moest ik even denken aan Charles de Foucauld, die beschouwd kan worden als een moderne heilige. Hij leefde in de tweede helft van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw. Hij was lid van de militaire adel in Frankrijk. Het enige wat hij van het geloof wist, was dat hij gedoopt was. In de kringen waarin hij vertoefde, was duidelijk: geloof is niets voor mannen, geloof is hoogstens iets voor vrouwen. Toen Charles echter op een gegeven moment werd ingezet om met het Franse leger de rust en orde in Algerije te herstellen, kon hij zijn eigen ogen niet geloven, want die zwaar bewapende en stoere Algerijnen bleken heel vrome en gelovige mensen te zijn, die op verschillende momenten van de dag hun bezigheden en ook hun gevechten onderbraken om hun gebedsmatjes uit te rollen en zich in gebed richting Mekka te keren. Hoe was dat nu mogelijk? Vreemd! Dat beeld liet Charles niet meer los. Ofschoon zijn bekering pas vele jaren later zal volgen, zijn het toch die vrome moslims geweest, die hem de schroom deden overwinnen om over het geloof na te denken en het ook in zijn eigen mannenbestaan toe te laten.
 
Schroom
De schroom om het katholiek-zijn in het openbaar te laten merken, bestaat nog steeds. Menigeen is onmerkbaar katholiek. Menigeen is al snel bang om voor een kwezel te worden uitgemaakt, of men nu man of vrouw is. Maar bij menigeen is er in die stoerheid ook een 'gevoelige' plek, zoals bij Charles, die een vrome Argentijnse moslim wist te raken. Door die aanraking werd Charles een nadenkend mens en kon hij uitgroeien tot een man, wiens levensverhaal velen aan een zoektocht naar God deed beginnen en tot een gelovige levenswijze heeft geïnspireerd. Na de dood van Charles is de gemeenschap van de ‘petites Soeurs’ en de ‘petits Frères’ (kleine zusters en kleine broeders) opgericht. Eenvoud, dienstbaarheid, gebed, meditatie, inzet voor de naasten en werken onder de minsten der mensen vormen hun daginvulling. 
 
Maria
De geloofsschroom is van alle tijden. Het is niet anders geworden sinds Petrus, die tot drie keer toe de Heer verloochende. Maar juist zoals toen, is er ook nu Maria. Zij blijft. Toen de apostelen alle kanten op waren gevlucht, riep zij hen weer bij de les. “Samen komen en bidden om de heilige Geest, want het wordt Pinksteren,” was haar devies. “Dan komt het weer goed.” Te midden van die bange kerels staat zij daar als de sterke vrouw, die zich niet uit het veld laat slaan, maar die het voortouw neemt en de apostelen weer samen brengt en hen duidelijk maakt wat hen te doen staat. In de ware zin van het woord toont zij ‘de Moeder van de Kerk’ te zijn.  
 
Tweede Pinksterdag
Paus Franciscus heeft de Tweede Pinksterdag in heel de Kerk aan Maria toegewijd en tot feestdag verheven: “Feest van Maria, Moeder van de Kerk.” Zoals Jezus aan het kruis de apostel Johannes aan haar toevertrouwde: “Vrouw, zie daar uw zoon” en in Johannes alle gelovigen, zo mogen ook wij ons allen door Jezus onder haar bescherming geplaatst weten. Die bescherming van Maria is altijd ook een uitnodiging, een uitdaging en een oproep om de geloofsschroom af te leggen en een christen-zijn te beleven dat aanstekelijk werkt en ons in onze religieuze verlangens naar Jezus brengt. 
 
Mgr. Hub Schnackers, 
diocesan administrator 

     
     
     
     
     
Susteren-Echt