1e lezing: Ex.19,2-6a
Tussenzang: ps.100,2.3.5
2e lezing: Rom.5,6-11
Evangelie: Mt.9,36-10,8
Mijn volk
In de eerste lezing uit het boek Exodus hoorden we hoe het God zelf was die Mozes en het volk opriep om zich bewust te zijn hetgeen zij met eigen ogen hadden gezien. Hoe God zelf hun redder en beschermer was bij hun bevrijding uit de slavernij van Egypte. God zelf had het volk zich zijn eigendom gemaakt: een louter geschenk Gods. “Mijn volk”, dat gold voor Israël toen, dat geldt voor het nieuwe Volk van God dat Hij zich verworven heeft door het Bloed van zijn Zoon.
In de tweede lezing wordt duidelijk dat deze uitverkiezing ook louter genade is. Jezus is gestorven toen wij nog zondaars waren. Het waren geen verdiensten die God daartoe bewogen hadden om ons tot zijn volk te maken. Eerder zouden wij moeten verwachten dat Hij niet verder zou gaan met zondaars. Maar omwille van deze ene rechtvaardige, onze Heer Jezus Christus, begint God een nieuwe episode in zijn heilsplan ten bate van de wereld.
In het evangelie wordt een nieuw volk gevormd. Het oude volk van Israël was opgebouwd uit de twaalf stammen. Het nieuwe volk van God wordt gefundeerd door de twaalf apostelen. Deze ‘twaalf’ worden eerst gezonden naar het volk Israël. Later, na Jezus’ dood, verrijzenis, hemelvaart en Pinksteren, zal de zending universeel worden en moet het heil bekend gemaakt worden aan “heel de schepping”.
Het is God zelf die dit alles bedacht en uitgevoerd heeft. Hij is de ontwerper en volvoerder van zijn raadsbesluiten. Hijzelf staat garant voor dit plan van heil voor heel de wereld. Door Christus’ lijden, dood en verrijzen, ten bate van heel de wereld, gaan deze plannen van heil in vervulling voor heel de wereld. In het bijzonder de Kerk, als het nieuwe Volk van God en Bruid van Christus.
Wij zijn dus geroepen en gezonden om hieraan ten volle mee te werken. Vragen wij ons dus persoonlijk en eerlijk af, hoe wij dit plan Gods steeds meer in ons doen en laten vorm en inhoud kunnen geven ten bate van de wereld waarin wij nu leven.
Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie