1e lezing: Wijsh.6,12-16
Tussenzang: ps.63,2-8
2e lezing: 1 Tess.4,13-18 of: 13-14
Evangelie: Mt.25,1-13
Voeding voor ons geloof
De eerste lezing spreekt over de wijsheid. Zij is niet verborgen of onbereikbaar. Integendeel: zij komt degene tegemoet die haar zoekt. God laat zich vinden door wie Hem ernstig zoekt. Dat vraagt geen uitzonderlijke prestaties, maar een open hart. Wijsheid groeit in de keuzes van elke dag: tijd maken voor God, aandacht hebben voor een eenzame buur, eerlijk blijven wanneer dat moeilijk is, vergeven wanneer je liever zou vasthouden aan je gelijk.
Paulus richt zich in de tweede lezing tot mensen die verdriet hebben om hun gestorven geliefden. Hij ontkent hun verdriet niet, maar geeft het een nieuw perspectief. Wie in Christus gelooft, leeft vanuit de hoop dat de dood niet het laatste woord heeft. Dat is geen goedkope troost, maar het hart van ons christelijk geloof. Ons wachten is daarom geen angstig afwachten, maar een hoopvol uitzien naar de Heer die leven schenkt.
De vraag van het evangelie is daarom ook een vraag aan ons: waardoor voeden wij het licht van ons geloof? Een lamp zonder olie dooft langzaam uit. Ook ons geloof vraagt om voeding. Door het luisteren naar Gods Woord, door de eucharistie, door het gebed, door daden van liefde en barmhartigheid blijft het licht branden. Wij weten niet wanneer de Heer ons tegemoetkomt. Dat hoeft ons niet bang te maken. Wie vandaag probeert te leven vanuit Gods liefde, hoeft niet bezorgd te zijn over morgen. Iedere dag biedt nieuwe kansen om de olie van geloof, hoop en liefde aan te vullen.
Moge de eucharistie ons daarin sterken. Dat wij wijze mensen mogen zijn; niet omdat wij alles weten, maar omdat wij leren leven met een hart dat openstaat voor God en voor elkaar. Dan zal, wanneer de Heer komt, ons licht niet gedoofd zijn maar helder branden tot vreugde van Hem die ons uitnodigt aan zijn feestmaal.
Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie