Tekst: Ed Smeets, gedelegeerde voor liturgie en kerkmuziek | Foto's: Bisdom Roermond en Irene Wilms
In de Canon van Nederland – die poogt Nederlandse geschiedenis en cultuur in beeld te brengen – staat prominent onder onze provincie dat Limburg en blaasmuziek een goed huwelijk vormen. Ze horen bij elkaar. Misschien wordt dat met het liedje ‘Bloasmeziek’ (1999, landelijke hit) van Gé Reinders nog het meest tot uitdrukking gebracht.
Muziekkorpsen vind je overal, in soorten en maten, in elk deel van de wereld, zij het overal met eigen accenten. In heel Nederland tref je harmonieën en fanfares, maar – eerlijk gezegd, en niet zonder enige trots – in onze provincie zijn ze het meeste thuis. We kennen hier naar verhouding de beroemdste topharmonieën. Er zijn dorpen waar zelfs twee verenigingen elkaar op het hoogste niveau proberen te evenaren en overtroeven. Een gezonde en sportieve onderlinge competitie, ten dienste van de muziekcultuur. Limburg kent een zeer rijke muzikale traditie, die ook in tijden waarin het verenigingsleven her en der onder druk komt te staan toch springlevend blijkt.
Muziekkorpsen zijn in de open lucht geboren. In die zin dat ze hun oorsprong vinden in optochten en processies: zoals legers een trom of andere instrumenten gebruikten om in de maat te kunnen marcheren, zo zijn ook de dorpsmuziekgezelschappen bedoeld om niet alleen de pas erin te houden, maar ook om het gebeuren extra cachet te geven. Juist door de muziek – naast slaande trom, klaroen en vliegende vaandels – kreeg de gebeurtenis een heel bijzonder karakter, statig dan wel vrolijk, plechtig en mooi. Dat lopende karakter bepaalde natuurlijk ook de samenstelling van het orkest: (redelijk) kleine slag- en blaasinstrumenten kun je meenemen, met cello of viool laat het zich moeilijk marcheren.
Limburgs verenigingsleven
Natuurlijk vonden de korpsen ook van tijd tot tijd de weg naar de zaal of het concertpodium, waar ook andere muziek gespeeld kon worden dan louter marsen. Vergeet ook niet dat bijvoorbeeld door de mijnbouw de oude muziekcultuur nog verder verrijkt werd met muzikale invloeden uit nagenoeg de hele wereld, meegebracht door gastarbeiders die hier hun thuis vonden. Juist in de mijnstreek huisden decennialang tal van fantastische (koren en) orkesten. Het is niet voor niets dat het Wereld Muziek Concours (WMC) sinds 1951 juist in ‘klankstad’ Kerkrade gevierd wordt. En zo ontwikkelde zich in de loop der tijd een enorm rijke muziekcultuur in Limburg, die ook de wieg bleek te zijn van vele grote muzikanten die thans uitgegroeid zijn tot de grote concertpodia van de wereld.
Kerkkoren en schutterijen kennen we al heel lang in Limburg. De scheidslijn tussen de verschillende verenigingen was op lokaal niveau soms dun. Vaak was er sprake van overlap tussen (kerk)koor, schutterij en blaasorkest. Waarbij de Kerk als moeder van de Limburgse volkscultuur – vaak met de pastoor prominent voorop – ze alle drie stimuleerde en koesterde. In de 20e eeuw werd het Limburgse verenigingsleven steeds beter georganiseerd, waardoor koren, orkesten en schutterijen tot heel grote bloei kwamen. Beschermheren zorgden voor uniformen en vaandels, er kwamen concoursen en festivals, waarbij het niet enkel ging om de felbegeerde eerste prijs met lof, maar waar tegelijkertijd meedoen en bijdragen aan de cultuur het belangrijkste waren. Deze oude muziekcultuur mag onderdeel van de uitstraling en identiteit van Limburg genoemd worden, niet in de laatste plaats dankzij de bijbehorende gemoedelijkheid en het vermogen om overal een feest van te kunnen maken. Ach, noem het ‘bourgondisch’ en ‘katholiek’, we zijn er trots op…
Band kerk en muziekcultuur
De band tussen Kerk en muziekvereniging is er in Limburg altijd geweest. Al laat het zich moeilijk nagaan wanneer fanfares en harmonieën ook daadwerkelijk ín de kerk zijn gaan spelen. De kerk was immers het domein van de koorzang, met afgebakend liturgisch repertoire, in de meeste Limburgse parochies gregoriaans dan wel (later) het gemengde kerkkoor. Het zal ongetwijfeld de wens zijn geweest de lokale verbondenheid en culturele traditie te combineren met katholiek geloof: als die zo met elkaar rijmen, is de stap niet meer zo groot ook de blaasorkesten een plek te geven in de liturgie.
Voor de blaasmuziek is de sfeer en de akoestiek van de kerk doorgaans de hemel, zowel voor grootse harmonie- en fanfareklanken, als voor ingetogen koperblazers. De combinatie van blaasmuziek en kerkgebouwen blijft een gekoesterde traditie in Limburg. Al liggen er ook wel uitdagingen om met elkaar de juiste ‘pitch’ te vinden. Het gaat dan met name om repertoirekeuze en de sfeer waarin gespeeld wordt. Of het glas omwille van het volume móet rammelen in het eigen lood, is zeer de vraag. En of film- en musicalmuziek zo geschikt is om het mysteriekarakter dat gevierd wordt te articuleren, mag ook bevraagd worden.
Passende muziekkeuze
Wat we in de kerk spelen – zeker als het gaat om de liturgie van de eucharistie – moet toch altijd passen bij de heilige handeling, zoals die op dat moment in de liturgie plaatsvindt. Ook de toenemende internationalisering van de Kerk vraagt her en der om een herbezinning bij wat er in de kerk gezongen en gespeeld wordt: Poolse communicanten en hun families vragen zich terecht af wat ‘The Lion King’ in de kerk doet. En ze leggen die vraag graag bij de pastoor neer. Thuis in Polen zingen ze – zoals in nagenoeg alle landen van de wereld – in de kerk louter religieuze liederen rond en over de Heilige Communie.
We komen als Kerk en muziekcultuur uit een rijke gezamenlijke traditie die we koesteren en graag doorgeven naar de toekomst! In goed en tijdig overleg met alle actoren blijkt het zeer wel mogelijk hier gezamenlijk iets moois van te maken. Een woord van proficiat is zeer op zijn plaats aan het jubilerende WMC en aan alle muzikanten die de Kerk een warm hart toedragen door met hun mooie en gepaste muziek aan de liturgie deel te nemen, dan wel de kerk gepast te vullen met mooie concertklanken! Kerk en muziekcultuur horen vanouds bij elkaar. Laten we gezamenlijk zoeken naar een behouden toekomst!