Tekst en foto’s: Missiebureau Roermond
Het Missiebureau Roermond kent al jaren een adoptieprogramma dat donateurs in Nederland verbindt met kinderen in de armste delen van de wereld. Vrijwilligers Wilma en Harrie Moelker uit Ell reisden onlangs af naar Cambodja om daar met eigen ogen te zien wat die verbinding betekent. Drie weken lang trokken ze door het land en bezochten de Don Boscoscholen in Battambang, Phnom Penh en Kep. Ze gingen op huisbezoek bij studenten en hun families, spraken met docenten en schoolhoofden en ontmoetten kinderen die gesponsord worden via het adoptieprogramma.
Er hangt iets bijzonders in de lucht als Wilma en Harrie Moelker uit Ell de poort van Don Bosco in Battambang in Cambodja binnenstappen. De school, waar Tineke, Starlet en een derde collega samen de scepter zwaaien, verwelkomt het Limburgse echtpaar hartelijk. De school telt op dit moment 32 eerstejaars- en 38 tweedejaarsleerlingen. De eerstejaars zijn pas drie tot vier weken geleden begonnen en nog volop bezig hun weg te vinden. Toch zijn het juist zij die tijdens het klassenbezoek vrijuit vragen durven stellen. De tweedejaars houden zich opvallend stiller. Het is een klein, maar veelzeggend detail: hoe nieuwsgierigheid en durf aan het begin al zo aanwezig zijn.
Don Bosco Battambang is een van de scholen die Wilma en Harrie Moelker tijdens hun rondreis door Cambodja bezoeken. De school in Battambang in het noordwesten van Cambodja is van oudsher bekend om haar agrotechnische aanpak. Naast de klassikale lessen gaan Wilma en Harrie ook naar de praktijkruimtes, waar leerlingen met hun handen werken aan vaardigheden die hen straks een toekomst geven. Maar de school gaat nog een stap verder. Ze heeft twee rijstvelden onder haar hoede die de leerlingen zelf bewerken. Afgelopen Tekst en foto’s: Missiebureau Roermond jaar leverde dat maar liefst 500 kilo rijst op.
Een deel van de oogst gaat naar de jongens die in het internaat op het schoolterrein wonen. Zij eten letterlijk wat ze zelf hebben verbouwd. De rest wordt verkocht, waarmee de school een deel van haar kosten dekt. Daarnaast is er een kas waar groenten worden gekweekt voor eigen gebruik. Duurzaamheid, eigenaarschap en zelfvoorzienend zijn, zijn hier geen abstracte begrippen, maar dagelijkse werkelijkheid. Het zijn lessen die ver uitstijgen boven het lesrooster.

De school maakt deel uit van de Don Bosco Foundation of Cambodja (DBFC), een organisatie die ontstond in de jaren tachtig van de vorige eeuw. De paters Salesianen van Don Bosco openden toen technische scholen in de vluchtelingenkampen aan de Thais-Cambodjaanse grens. Bepalend daarin was de rol van pater Johan Visser uit Weert, die in 1956 als jonge salesiaan naar Azië vertrok en er nooit meer wegging. Eerst bouwde hij in Thailand een heel netwerk van technische scholen. Deze waren zo succesvol, dat toenmalig premier Dries van Agt, Koningin Beatrix en het Thaise koningshuis ze bezochten. De missie van pater Visser was daarmee niet voorbij. In 1992 werd hij op verzoek van de Cambodjaanse regering gevraagd om naar het door oorlog verscheurde land te komen en er opnieuw iets op te bouwen.
Samen met medebroeders richtte hij de DBFC op en opende de eerste school in Phnom Penh. De school in Battambang volgde in 1993. Father John, zoals hij door iedereen wordt genoemd, heeft sindsdien tienduizenden kinderen geholpen aan een vak, een diploma en een toekomst. Al is hij inmiddels op leeftijd, zijn gedrevenheid is onverminderd. Bescheiden zegt hij: "Als missionaris wil je niet op de voorgrond komen."
Tijdens hun rondreis zien Wilma en Harrie op de school in de hoofdstad Phnom Penh wat jongeren kunnen bereiken. De Don Bosco Technical School in Phnom Penh is de oudste en meest bekende school van de Foundation, officieel geopend in 1994. De school biedt tweejarige opleidingen aan in autotechniek, computerkunde, airconditioning, elektriciteit en mechanica. Leerlingen werken aan groepenkastinstallaties, reviseren motorblokken en programmeren verkeerslichten. Midden op het schoolplein staat een bijzonder pronkstuk: een volledig zelfgebouwde elektrische auto. Een tastbaar bewijs van wat jonge mensen kunnen bereiken als ze de ruimte en middelen krijgen om te groeien.

Buiten de schoolmuren spreken Wilma en Harrie een aantal studenten en hun families thuis. Daar onthult zich de taaie werkelijkheid van gezinnen die er alles aan doen om hun kinderen op school te houden. Families huren een kamer van soms niet meer dan zestien vierkante meter voor een bedrag van 35 tot 100 dollar per maand. Een aansluiting op de waterleiding is er lang niet altijd. Toch sturen ouders hun kinderen hier elke ochtend naar school. Niet ondanks alles, maar vanwege alles. Omdat ze geloven dat onderwijs de weg naar een beter leven is.
Het Don Bosco Children Fund ondersteunt kinderen van 6 tot 15 jaar die door armoede dreigen uit te vallen via schoolsteun, maandelijkse hulpgoederen en begeleiding door maatschappelijk werkers. Een gezin dat Wilma en Harrie bezoeken, maakt bijzonder veel indruk: na het overlijden van zijn vrouw staat de vader alleen, met vier kinderen om voor te zorgen. Alle vier gaan ze naar school en krijgen daardoor een kans om iets van hun leven te maken. Op de dag van het schoolbezoek zijn er elf nieuwe gezichten op de technische school. Kinderen uit Poipet, gevlucht voor de onrust nabij de grens. Ze zijn er pas een dag. Ze zitten rustig bij elkaar, ver van alles wat vertrouwd is. Een stille, maar krachtige herinnering aan hoe onmisbaar een veilige plek is voor elk kind dat wil leren.

Een dag later reizen Wilma en Harrie naar Kep, een kustplaats in het zuiden van het land. Pater Albeiro ontvangt hen hartelijk bij de Don Bosco Technical School Kep, geopend in 2011 als een van de jongste vestigingen van de Foundation. De focus ligt hier op communicatie, sociale media en administratie. De sfeer is levendig, de indruk positief. Wel komt er tijdens de lunch een indringende hulpvraag op tafel: de toegang tot medicijnen is voor studenten en hun families een groot probleem. De kosten zijn te hoog. Zelfs paracetamol is schaars. "Het is een van die momenten waarop je beseft hoe groot het verschil kan zijn dat je met relatief kleine middelen kunnen maken," zegt Wilma.
Wat het adoptieprogramma van het Missiebureau Roermond kan betekenen, blijkt als Wilma en Harrie samen met hun drie begeleiders de 14-jarige Vai Reanksey ontmoeten. De school is al uit als ze arriveren. Het schoolplein is leeg, de gangen stil. Maar Vai is er nog. Hij zit in groep 8 en wordt gesponsord via het Don Bosco Children Fund. Hij weet dat er bezoek zal komen, maar vijf mensen tegelijk, alleen voor hem, daar kijkt hij wel even van op. Uit het gesprek dat volgt, blijkt dat Vai's thuissituatie veel van hem vraagt.
Hij woont samen met zijn oma, die haar dagen slijt in een fabriek waar plastic flesjes worden gerecycled; een zwaar bestaan voor een vrouw op leeftijd. Na schooltijd is het Vai die de keuken ingaat en het eten klaarmaakt, zodat zijn oma iets kan eten als ze thuiskomt. Gewoon. Elke dag. Op zijn veertiende. Geen klagen, geen grote woorden, gewoon doen wat er gedaan moet worden. Het schoolhoofd vertelt enthousiast dat Vai een getalenteerde keeper is. Op het voetbalveld staat hij pal, vastberaden en alert. Maar het echte keeperswerk verricht Vai buiten de lijnen: hij houdt zijn kleine gezin overeind, bewaart rust in een situatie die veel volwassenen zou overweldigen en blijft ondertussen gewoon naar school gaan. Dat hij daarin wordt gesteund door mensen in Roermond die hem nooit hebben ontmoet, maar hem maand na maand een steuntje in de rug geven via het adoptieprogramma, is één van de mooiste kanten van dit werk.

Op dezelfde school beleven de Limburgse vrijwilligers nog een andere ontroerende kennismaking. Ze ontmoeten een jonge vrouw van 22 jaar. Ze is pas een week eerder begonnen als docente voor een klas van vierenveertig kinderen tussen de 11 en 13 jaar. Ze straalt. Ze is trots. Vai Reanksey is een van de kinderen die gesteund wordt door het Missiebureau. Maar als het gesprek op haar zieke ouders komt, kan ze haar tranen niet bedwingen. Ze heeft zelf in het Don Bosco Children Fundprogramma gezeten. Dat programma heeft haar de kans gegeven om te studeren, te groeien en nu zelf voor de klas te staan.
Daarmee is de cirkel rond. Dit is wat het adoptieprogramma concreet maakt: jonge mensen die via sponsoring en onderwijs een kans krijgen en daarna diezelfde kans doorgeven aan anderen. Het is precies wat pater Visser altijd voor ogen heeft gehad en wat het adoptieprogramma van het Missiebureau concreet maakt: In Battambang, Phnom Penh en Kep is die impact elke dag zichtbaar in de gezichten van de mensen die er werken.
Of het nu in Cambodja is, Oeganda, India, Brazilië of Indonesië: overal waar het adoptieprogramma van het Missiebureau actief is, speelt zich een versie af van dit verhaal. Kinderen die met de steun van donateurs in Nederland opgroeien tot mensen die zelf het verschil maken. Pater Visser zei het ooit zelf: hij is enkel het boegbeeld. Maar achter dat boegbeeld gaat een heel netwerk schuil van mensen die geloven dat elk kind, waar ook ter wereld, recht heeft op een eerlijke kans.
Adoptieprogramma
Al tientallen jaren kent het Missiebureau Roermond een kinderadoptieprogramma. Het principe is eenvoudig en krachtig. Voor 25 euro per maand kunnen belangstellenden een kind financieel adopteren. Niet als voogd, maar als beschermheer of beschermvrouwe op afstand. Hun bijdrage zorgt ervoor dat het kind naar school kan gaan en de juiste begeleiding krijgt. Eenmaal per jaar ontvangt elke donateur een bericht over hoe het met 'hun' kind gaat. Een kleine verbinding met grote betekenis. Het adoptieprogramma is momenteel actief in vijf landen: Cambodja, India, Indonesië, Brazilië en Oeganda. Het zijn heel verschillende landen, maar met een gedeelde kern: kinderen die kwetsbaar zijn door armoede, beperkte toegang tot onderwijs of politieke onrust en die met een beetje steun in staat zijn hun leven zelf vorm te geven.
Adoptieouder worden
Interesse om adoptieouder te worden? Neem contact met het Missiebureau Roermond via 0475-386880 of www.missiebureau.nl