Een schisma in de katholieke kerk

 

Op 1 juli werden in Écône in Zwitserland vier katholieke bisschoppen gewijd zonder mandaat van de paus van Rome. Op de dag erna volgde de verwachte excommunicatie van de betrokken bisschoppen en van de priesters die bij de Priesterbroederschap van de heilige paus Pius X (FSSPX) zijn aangesloten. Ook lekengelovigen die zich formeel bij de priesterbroederschap aansluiten, vallen onder de excommunicatie. Dit is een duidelijke beslissing en ook een harde. Kerkscheuring is niet meer het ‘voorrecht’ van de Gereformeerden. 

Het huidige schisma is langzaam ontstaan en gegroeid na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). De leden van de Pius X-broederschap erkennen een aantal belangrijke besluiten van dit concilie niet, onder andere op het gebied van liturgie, godsdienstvrijheid, oecumene en het collegiaal bestuur van de Kerk door de paus samen met de bisschoppen. In de nasleep van het Eerste Vaticaans Concilie (1869-1870) ontstond er overigens ook een afscheiding, namelijk van de Oudkatholieken.

Ik ben niet bij de priesterbroederschap betrokken en ik ken er niemand van. Toch houdt het me wel bezig. Vooral hun kijk op liturgie. Als ik in onze oude parochiegedenkboeken kijk, zie ik op de foto’s dezelfde liturgische vormen en voel ik de sfeer van het rijke roomse leven. In de afgelopen jaren heb ik een aantal keren en op diverse plaatsen de mis in de oude vorm bijgewoond, in ons eigen bisdom, maar ook in ’s-Hertogenbosch, Joure (Friesland), Wenen (Oostenrijk) en Münster (Duitsland). Het heeft mij nooit bijzonder aangesproken, maar ik zie natuurlijk wel de devotie van de gelovigen en ik zie ook de gezinnen en jonge mensen.

Waarom houdt dit recente schisma mij zo bezig? In een van de landelijke dagbladen stond een interview met een jonge filosofiestudent die in de Sint-Willibrorduskerk in Utrecht, waar de oude liturgie gevierd wordt, het geloof heeft gevonden en daar getuigenis over aflegde. Het was een authentiek persoonlijk verhaal dat ik kon plaatsen. Dit artikel brengt mij op enkele overwegingen over de recente gebeurtenis. Het werpt namelijk de vraag op waar wij staan als katholieken in 2026.

Een van de opmerkingen van de geïnterviewde is dat het in onze liturgie niet meer om God gaat en dat de mens centraal is komen staan. Het is de vraag of dit waar is, maar zijn persoonlijke ervaring kan ik wel enigszins plaatsen. Door het omdraaien van het altaar en het gebruik van de volkstaal in de jaren 1960 is de aandacht in de vieringen inderdaad verschoven van het persoonlijk gebed, dat gelovigen vroeger verrichtten bij de handelingen van de priester, naar het samenzijn als geloofsgemeenschap. Dit is een andere manier van vieren, waarbij de nadruk is komen te liggen op het gezamenlijk beleven van het sacrament. Sommige traditioneel ingestelde gelovigen ervaren dit eerder als protestants dan als katholiek of (oosters-) orthodox of oriëntaals.

Het valt ook niet te ontkennen dat er vanaf de jaren 1960 bepaalde liturgische experimenten zijn geweest, waarbij het inderdaad soms leek alsof het meer om de mens ging dan om God. Dit is zeker niet de bedoeling geweest van de Kerk en van het Tweede Vaticaans Concilie, maar het heeft hier en daar wel zo uitgepakt. Het heeft ook tot misstanden geleid. In de huidige manier van vieren zullen we opnieuw moeten ontdekken dat het in de liturgie op eerste plaats gaat om God en om onze relatie met Hem.

De geïnterviewde was een nieuwe katholiek, hij heeft zijn leven veranderd, hij is niet meer de oude. Een serieus iemand gaat er radicaal voor. Dat hoort er ook bij als je jong bent en pas je levensoriëntatie hebt ontdekt. Ik begrijp goed dat er parochiekerken zijn, waar hij zich niet thuis voelt. Veel gelovigen kennen hun eigen geloof onvoldoende en kunnen het vaak niet goed verwoorden. Wat zou je als nieuwe katholiek daar dan kunnen beleven en leren? Ik merk in het algemeen dat veel katholieken hun eigen geloof en het christendom in het algemeen vaak niet meer serieus nemen. Dat bijvoorbeeld de zogenaamde Hoogmis van het Zuiden tijdens Pinkpop getuigt van een slechte smaak en een onderwaardering van onze eigen Limburgse katholieke traditie is, schijnt tot veel mensen niet eens meer door te dringen.

Zo zijn er meer voorbeelden te noemen waar de bedoeling van de Kerk en de beleving van mensen uit elkaar zijn gegroeid. Interessant is de vraag of en hoe we dat weer bij elkaar kunnen krijgen. De Pius X-broederschap heeft daarin een duidelijke keuze voor de traditionele weg gemaakt. Niet alleen in de liturgie, maar ook in theologische opvattingen. Ofschoon ik de waarnemingen van de nieuwe gelovige uit het interview kan begrijpen, blijf ik trouw aan de rooms-katholieke kerk en de paus. De vernieuwingen van het Tweede Vaticaans Concilie zijn er niet voor niks gekomen. Zoals dat met meer concilies in de geschiedenis van de Kerk is gegaan, duurt het altijd enige tijd om de betekenis ervan goed te kunnen interpreteren. Ik zie geen toekomst in afgescheiden splintergroepjes. Ik blijf staan in de brede volkskerk (die in ons land weliswaar ingekrompen is, maar niet verdwenen) en probeer zo het juiste midden te houden tussen traditie en vernieuwing. Ik ben bang dat de Priesterbroederschap H. Pius X het contact met de wereld helemaal verliest, zich in eigen gelijk vastbijt en door een principiële opstelling verder geïsoleerd raakt van de werkelijkheid.

Roermond, 16 juli 2026

+ Dr. C.F.M. van den Hout,
bisschop van Roermond

 



Een schisma in de katholieke kerk


Ontvang onze nieuwsbrieven

Meld je aan en blijf op de hoogte van het laatste nieuws