Tekst: Hans-Peter Bartels ofm, Steven Cauchie ofm en Simone Ooms
Foto’s: Adobe Stock en Bisdom Roermond
Franciscus van Assisi is een van de grootste en populairste heiligen van de Kerk. Dit jaar is een speciaal jubeljaar aan hem gewijd, omdat het precies 800 jaar geleden is dat hij overleed. Wat was er zo bijzonder aan deze man dat hij acht eeuwen na zijn dood nog steeds weet te inspireren?
Precies 800 jaar geleden – in de nacht van 3 op 4 oktober 1226 – overleed Franciscus van Assisi, 44 jaar oud. Relatief jong, maar hij had een beweging op gang gebracht die tot in onze tijd onverminderd populair is. Met aandacht voor de armen, de schepping en de vrede. Al twee jaar na zijn dood werd hij heilig verklaard en sindsdien viert de Kerk op 4 oktober het feest van Sint-Franciscus. De franciscaanse familie viert bovendien op de avond van 3 oktober de transitus: de overgang van Sint-Franciscus naar het eeuwige leven.
Vanwege de 800e sterfdag van Franciscus heeft paus Leo XIV heel 2026 uitgeroepen tot een speciaal jubeljaar. Alle gelovigen zijn uitgenodigd om dit hele jaar in het teken te stellen van het voorbeeld van de man uit Assisi. De paus stelt hem in de eerste plaats voor als een getuige van vrede. In zijn gebed voor dit speciale jubeljaar roept de paus Sint-Franciscus aan als ‘onze broeder die 800 jaar geleden de dood tegemoet ging als een man in vrede’ en noemt hem de broeder die ‘ongewapend de linies van oorlog en misverstand overstak’. In het gebed vraagt paus Leo de heilige om voorspraak voor de gelovigen om verzoeners, bruggenbouwers en vredestichters te worden. In dit Franciscusjaar is iedereen uitgenodigd om naar het voorbeeld van de heilige van Assisi zelf een voortdurende ‘getuige van vrede’ te worden.

Krijgshaftige ambities
Franciscus wordt door de paus naar voren geschoven als voorbeeld van een leven dat werkelijk vredevol is. Dit is opvallend, omdat Franciscus in zijn jonge jaren behoorlijk krijgshaftige ambities koesterde. Zijn vader Pietro wilde graag dat hij lakenkoopman zou worden, maar zelf droomde Franciscus van het ridderschap. Het uitbreken van een burgeroorlog met buurstad Perugia was de gelegenheid om zich te bewijzen in de strijd. Maar Assisi werd verslagen en Franciscus zat een jaar in de gevangenis. Eenmaal vrij, weet hij het niet meer: moet hij de winkel van zijn vader overnemen? (Maar is dat alles?) Of toch ridder worden? (Maar die verschrikkelijke oorlog?) Of iets anders…?
Dan roept de paus op tot een kruistocht. Franciscus ziet daarin een teken om alsnog ridder te worden. Maar het blijkt een menselijke gedachte van Franciscus zelf en niet van God. Want één dagreis ver krijgt hij een droom. Een stem (God?) vraagt: ‘Franciscus, wie wil je dienen: de Heer of de knecht?’ Zijn antwoord luidt: ‘De Heer, natuurlijk!’ Waarop de stem zegt: ‘Waarom volg je dan nu de knecht? Ga terug naar waar je vandaan komt, daar zal je duidelijk worden wat je moet doen.’
Heel wat illusies armer, keert Franciscus terug naar huis. Hij beseft dan nog niet dat hij de eerste stap gezet heeft in een langzaam proces dat van hem ‘de kleine arme van God’ zal maken, de heilige die met dieren praat en vrede als zijn devies zal voeren. Er volgt een reeks gebeurtenissen die hem zijn roeping leert verstaan. Zoals die keer dat hij een melaatse ontmoet. Elke middeleeuwer zou in een wijde boog om hem heen gelopen zijn, maar Franciscus omhelst hem en beseft dat waar hij omhoog wilde (ridderdom was adeldom), zijn weg omlaag gaat: hij wordt broeder van de ‘minderen’ (armen, zieken).
Daarna bidt hij om duidelijkheid voor het kruis van San Damiano, een kerkje in de buurt van Assisi. Het kruis antwoordt: ‘Franciscus, zie je niet dat mijn Huis in verval is? Ga heen en herstel mijn Huis!’ Franciscus begint daarop kerkjes te herstellen met gestolen geld van zijn vader. Dit leidt tot een definitieve breuk tussen hen: het begin van Franciscus’ religieuze leven. Pas later blijkt dat hij het Huis van Christus, de Kerk van paus en kardinalen én het gewone volk, moet herstellen.
Mindere Broeders en Arme Vrouwen
Tot Franciscus’ verbazing willen anderen ook ‘mindere broeder’ worden. Door het Nieuwe Testament drie keer open te slaan, vindt Franciscus als basis voor hun leven (en later zijn Regel) drie Bijbelcitaten: ‘Wilt ge volmaakt zijn, ga dan naar huis, verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen; daarmee zult ge een schat in de hemel bezitten. En kom dan terug om Mij te volgen.’ (Mt 19,21); ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.’ (Mt 16,24) en: ‘Neemt niets mee voor onderweg: geen stok, geen reiszak, geen voedsel en geen geld.’ (Lc 9,3). Franciscus noemt dit ‘leven naar het Evangelie’. Ook vrouwen, Clara van Assisi voorop, kiezen voor dit leven naar het Evangelie, als Arme Vrouwen.
Franciscus’ roeping ontwikkelt zich verder door ontmoetingen die het beeld vergroten wiens broeder hij is: na de melaatse volgen de boeren, de stedelingen, de kardinalen en de paus. Iedereen benadert hij met hetzelfde respect, als hun kleine broeder. Dat ontwapent. Eenmaal gekozen voor het radicale religieuze leven, twijfelt Franciscus lang wat zijn roeping daarbinnen is: ‘preken onder de mensen’ of ‘zich terugtrekken als kluizenaar’. Het wordt hem duidelijk dat hij in zijn twijfel Gods stem in de weg zit: vult hij niet zelf in wat God van hem wil? Hij vraagt broeder Silvester en zuster Clara – die beiden teruggetrokken leven – het God te vragen. Het antwoord is eenduidig: ‘Franciscus, jij hebt je roeping niet voor jezelf gehad…’ Onder de mensen is zijn roeping, al verlangt hij zelf het andere…

Vredevolle instelling
Franciscus is vervuld van vrede en hij instrueert zijn broeders om in ieder huis dat zij binnengaan, eerst te zeggen: ‘Vrede voor dit huis.’ De franciscaanse missie wordt zo van het eerste begin een vredesmissie, doordat de broeders aangemoedigd worden om overal als eerste begroeting de vrede te wensen en ook te verkondigen. Deze vrede, die door de wereld verspreid wordt door haar overal te wensen, moet ook door de broeders uitgedragen worden. Want vrede wensen zonder een vredevol hart kan tot niets leiden. Franciscus verwacht dan ook een vredevolle instelling van zijn broeders: ‘Maar zij moeten mild, vredelievend en bescheiden zijn, vriendelijk en nederig en met iedereen respectvol praten zoals dat hoort.’
Zelf voert Franciscus de daad bij het woord. In 1219 probeert hij de vijfde kruistocht te beëindigen door met de sultan over vrede te gaan praten. Deze haast suïcidale missie eindigt ongelofelijk genoeg in een wederzijds respect tussen Franciscus en de Egyptische sultan Malik al-Kamil. Waar de kruisvaarders moordend en plunderend rondtrekken, blijkt de sultan een edel en vredelievend mens. Franciscus beseft dat goedheid niet is voorbehouden aan christenen, maar dat álle mensen Gods kinderen zijn en dat hij, Franciscus, dus broeder is van állen. Al eindigt de oorlog er niet door, toch is de wederzijdse herkenning en erkenning van deze moslim en deze christen een mijlpaal in de geschiedenis en draagt ze in zichzelf de hoop op een duurzame vrede tussen de volkeren en de godsdiensten.
Zonnelied
Terug in Italië wordt Franciscus ziek. Hij heeft pijn, is bijna blind en ligt ’s nachts in een koud en vochtig hutje, terwijl de muizen over hem heen lopen. Dan verdiept zijn roeping zich weer: hij beseft dat, omdat alles in Gods schepping met alles verbonden is, alle onderdelen van de schepping zijn broeders en zusters zijn. Als Franciscus een jaar later, op 3 oktober 1226, op zijn sterfbed ligt, kan hij zo zelfs de dood accepteren. Het leven naar het Evangelie blijkt voor Franciscus een leven als broeder van de hele schepping, inclusief zuster dood.
Een paar maanden daarvoor zingt hij, ziek en gebroken, zijn beroemd geworden Zonnelied. Hij verwoordt daarmee zijn wereldbeeld, waarin elk onderdeel van de schepping als broeder en zuster deelneemt aan een lofzang op God, en houdt daarin de mensheid nog eenmaal de vrede voor. De mens die plaats heeft in zijn Zonnelied is een mens van vrede, want Franciscus dicht: ‘Wees geprezen, mijn Heer, door hen die omwille van uw liefde vergiffenis schenken, en ziekte en verdrukking dragen. Gelukkig wie dat dragen in vrede, want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond.’ Als hij uiteindelijk in 1226 overlijdt, verlaat hij in overgave en vervuld van vrede onze oorlogszuchtige wereld als een icoon van vredelievendheid.
Verrassend actueel
Daar houdt het verhaal van Franciscus niet op. Ook na zijn dood weten mannen en vrouwen zich door zijn voorbeeld geïnspireerd en treden in zijn voetspoor. Er ontstaan binnen die beweging verschillende stromingen en zo groeit de ‘franciscaanse familie’: franciscanen, clarissen, conventuelen, kapucijnen, franciscanessen en de franciscaanse seculieren. Ze geven op hun eigen wijze vorm aan een leven in navolging van Franciscus: als ‘mensen in de wereld’ of in een actief of contemplatief klooster.
De franciscaanse spiritualiteit kenmerkt zich onder meer door eerbied voor de schepping en vrijwillige armoede. Franciscus zag alle levende wezens als zijn broeders en zusters en behandelde hen met respect – vele eeuwen voordat er zoiets als ‘dierenrechten’ bestond. Franciscus hechtte ook grote waarde aan armoede en zei hierover zelfs dat hij getrouwd was met ‘vrouwe Armoede’. Hij droeg een schamele pij en trok blootsvoets rond. Hij nam armoede dus heel letterlijk. Onder zijn volgelingen was armoede vaak een onderwerp van discussie: wat betekent ‘arm zijn’ precies en waarom zou je dat willen nastreven? Het gaat er niet om wat iemand precies heeft (zoals een broeder ooit zei, ‘of we allemaal dezelfde tandenborstel gebruiken’), maar om het feit dat hij zich niets toe-eigent, niet vastzit aan bezit en niet overmatig consumeert. In plaats van armoede zou je ook van ‘eenvoud’ kunnen spreken. In een wereld vol prikkels en prestatiedruk blijkt de franciscaanse spiritualiteit – eenvoudig leven, consuminderen en respect voor mens, dier en milieu – acht eeuwen na het overlijden van Franciscus verrassend actueel.

Musical Franciscus
Bij gelegenheid van het Franciscusjaar heeft de jongerenorganisatie KOEMI de familiemusical ‘Franciscus’ gemaakt. Deze toont Franciscus als menselijk, kwetsbaar, vol humor én vuur. Licht en donker, feest en stilte, slapstick en spiritualiteit. De voorstelling beweegt zich tussen grote emoties, poëtische beelden en verrassende theatrale scènes. Muziek, dans en meerstemmige koorpartijen brengen de innerlijke strijd en de spirituele bevrijding van Franciscus dichtbij. In Limburg is de musical op 29 november te zien in het Parkstad Limburgtheater in Heerlen en op 21 maart 2027 in de schouwburg in Venray. Meer informatie: www.franciscus-musical.org