Vasthouden en vastpakken is gemakkelijker dan loslaten. Het is een algemeen menselijke ervaring. En als we ouder worden, wordt het nog moeilijker. Het is ook een geestelijke uitdaging. We zijn in ons bisdom druk bezig met het bevorderen van de samenwerking tussen parochies, een samenwerking die moet leiden tot nieuwe levensvatbare fusieparochies. Dit is niet louter een zakelijk en bestuurlijk proces. Het is een geestelijke weg die we ieder persoonlijk en samen moeten gaan.
Het gaat om onze innerlijke houding. Zijn we bereid om mee te denken? Zijn we genegen om kritisch naar onszelf en naar ons eigen werk in de parochie te kijken? Kunnen we ons voorstellen dat onze roeping in een andere tijd opnieuw moet worden ervaren en ontdekt? Willen en kunnen we mee-veranderen. Deze vragen hebben ook met onze eigen geloofshouding te maken, onze innerlijke gesteltenis waarmee we op God gericht zijn en dienstbaar willen zijn in de Kerk. Het gaat om mijn eigen innerlijke houding. Die vraag mag ik niet ontwijken door naar anderen te wijzen, wat zij moeten doen.
In het evangelie zegt Jezus meermalen: “Wie zijn leven bemint, verliest het, maar wie zijn leven in deze wereld haat, zal het ten eeuwigen leven bewaren” (Joh 12,25). Deze uitspraak komt na die over de graankorrel die in de aarde moet vallen: “Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort” (Joh 12.24). Hoe zijn deze uitspraken van Jezus op ons in deze fase van ons parochiële leven van toepassing. Deze vraag is gericht aan allen die professioneel in de parochies werken – de priesters – en aan al diegenen die zich als vrijwilliger inzetten. Wat betekent ‘vallen in de aarde’ voor ons nu?
De uitspraak van Jezus over de graankorrel die in de aarde valt (Joh 12,24), heeft allereerst betrekking op zijn eigen dood en verrijzenis. Zijn dood is nodig om het nieuwe leven bij God te kunnen bereiken. Dat is een ‘wet’ die ook voor ons geldt. Om eeuwig bij God te kunnen leven, zullen we moeten sterven. Zo gaat dat in de orde van de natuur. De genade van God heeft een antwoord op deze natuurlijke dood.
Sint-Paulus maakt in de eerste Korintiërsbrief gebruik van het beeld van de graankorrel die in de aarde moet vallen, maar hij verschuift de betekenis: “Ook wat gij zelf zaait, moet eerst sterven voor het tot leven komt en wat gij zaait is slechts een graankorrel of iets dergelijks, en heeft nog niet de vorm die het zal krijgen” (1Kor 15,36-37).
Ons werk bestaat voor een groot gedeelte uit het ‘zaaien’ van het woord Gods. We doen dat in onze prediking, catechese en in het getuigenis van ons leven. We weten niet hoe onze arbeid vruchtbaar wordt en vaak zien we weinig resultaat. Wat zou ik het liefst als resultaat zien? Dat mensen tot een persoonlijk en actief geloof komen, dat gevoed wordt in de kerk en beleefd in het leven van alledag.
Als we niet vrij staan in ons geloof en in onze verhouding tot God, zijn we geneigd om vast te houden aan wat we hebben, onszelf te beschermen en ons eigen leven en ons eigen werk en onze eigen taken veilig te stellen. We willen bezitten, iets voor onszelf houden en we willen zekerheid. We zijn dan niet vrij om opnieuw te antwoorden op Gods roepstem en opnieuw te zoeken naar zijn wil.
De parochie waar ik werk, is niet van mij. De werkgroep waar ik leiding aan geef en waar ik een bijdrage aan lever, is niet mijn eigen toko; ik ben er niet de baas. Ik ben dienstbaar en voeg me naar het geheel en vanuit die houding neem ik mijn verantwoordelijkheid. Het is alles Gods Kerk en Gods werk. Dat besef en die overtuiging draagt bij aan een gezonde geestelijke houding die past bij een volgeling(e) van Jezus.
Veranderingen vragen flexibiliteit, loslaten en nieuwe taken op zich nemen, opnieuw nadenken over de vragen ‘doe ik het goede? Doe ik wat werkelijk bijdraagt aan het kerkelijk leven? Doe ik wat nodig is? Doe ik wat anderen belangrijk vinden?
Het sterven van de graankorrel is een proces, het gaat langzaam, en de groei komt ook langzaam. Maar belangrijk is dat de graankorrel gezaaid wordt en dat er kansen voor groei zijn.
+ Ron van den Hout
bisschop van Roermond