1e lezing: Hand.2,1-11
Tussenzang: ps.104,1.24.29-31.34
2e lezing: 1Kor.12,3b-7.12-13
Evangelie: Joh.20,19-23
Vurige verlangens
Pinksteren is een zomers feest. Als de zon meewerkt, dan is dat heel zeker het geval. Alles is tot nieuw leven gekomen. De natuur heeft zijn zomerse kleed aangetrokken. Alle struiken zijn groen. Het voorjaar is voorbij. Het nieuwe leven heeft doorgezet. Deze beeldspraak kun je toepassen op de gebeurtenissen rond Pasen.
Alles leek voorbij op Goede Vrijdag, maar met Pasen verscheen de Heer aan zijn leerlingen en nu ontvangen deze mensen de Heilige Geest. De vreugde van Pasen was nog zo teer en kwetsbaar. Het trauma van Goede Vrijdag blijft hen door het hoofd zweven. Zij kunnen de angst niet kwijtraken, maar op Pinksteren komt Gods Geest over hen en deze angstige, bange, moedeloze apostelen treden naar buiten en kunnen over Jezus niet zwijgen. Niets en niemand kan hen nog bang maken, zozeer zijn zij nu van Jezus vervuld en wat Hij voor hen heeft gedaan.
Wat aanvankelijk in het leven van Jezus voor hen allemaal losse woorden waren, losse gebeurtenissen, valt nu als puzzelstukjes in elkaar. Ze begrijpen de bedoelingen van Jezus en wat Hij voor ons allen heeft willen betekenen. Zij raken zozeer vervuld van die Liefde Gods, dat een innerlijk vuur hen beweegt en zij alle vreesachtigheid afleggen. Vanaf dat moment zijn zij Kerk, de gemeenschap rond de verrezen Jezus, en alle vrees is verdwenen.
Het is altijd een mooi verhaal en als vanzelf komt er in ons het verlangen boven naar weer zo'n gebeurtenis, weer zo'n pinksterwonder, zo'n golf van begeestering, die onze twijfel en angst kan wegnemen en doen omslaan in enthousiasme en vreugde. Wij zouden willen dat de Heilige Geest ook nu als een zachte bries de ramen en deuren van de kerk zou openen en dat veel mensen de bezieling zouden ervaren om ook zelf van het geloof in Jezus te getuigen, zonder vrees of angst. Wij zouden wensen dat in deze tijd, waarin zoveel verwarring bestaat, de Blijde Boodschap in haar oorspronkelijkheid, helder en duidelijk, de mensen raakt als een steun en een richtsnoer. Wij zouden wensen dat de verkondiging van Gods grote daden – zoals ze in het leven, sterven en verrijzen van de Heer zichtbaar werden – de mensen werkelijk zou bereiken. En wij zouden wensen dat wij in de kerk zelf zouden mogen ervaren dat de Heilige Geest ons tot eenheid samenbrengt. Dat alle scheidsmuren worden afgebroken, vooroordelen worden overwonnen en een vernieuwing en verdieping van de geloofsbeleving plaatsvindt.
Deze wensen zijn de vurige verlangens van alle tijden en de kerkgeschiedenis laat ons een op- en neergaande lijn zien van bloei of verval. De kerk beweegt zich voortdurend tussen de moedeloosheid en teleurstelling van Goede Vrijdag en het bezielende enthousiasme van Pinksteren. Misschien, dat velen het gevoel hebben dat wij nu een tijd beleven die meer in het teken staat van Goede Vrijdag, een op het eerste oog stervende Kerk, en dat er van Pasen en Pinksteren niets te merken valt. Maar je kunt ook zeggen: zonder Goede Vrijdag kan er geen Pasen en Pinksteren komen. De tekenen van een nieuw Pinksteren zijn er, getuige de nieuwe interesse in ons geloof, vooral bij jonge mensen.
Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie
Illustratie: Pinksterraam van de Limburgse kunstenaar Huub Kurvers in de Marcellinus en Petruskerk in Geleen.