1e lezing: Deut.8,23.14b-16a
Tussenzang: ps.147b,12-15.19-20
2e lezing: 1 Kor.10,16-17
Evangelie: Joh.6,51-58
Levend brood
In de lezingen van vandaag neemt de Kerk ons mee op een reis. Een reis van de dorre woestijn naar de tafel van verbondenheid. In de eerste lezing uit het boek Deuteronomium horen we over de tocht van het volk Israël. Ze zijn onderweg in een grote, uitgestrekte woestijn. Ze zijn hongerig, kwetsbaar en uitgeput. Maar God laat hen niet in de steek: Hij voedt hen met manna, voedsel uit de hemel.
Ook wij bevinden ons in ons eigen leven weleens in zo’n ‘woestijn’. We kennen allemaal momenten van dorheid. Misschien door zorgen over de toekomst, door een verlies, of gewoon door een diepe, spirituele honger naar rust en betekenis. We kunnen ons dan afvragen: wat voedt ons werkelijk als de grond onder onze voeten onzeker voelt? Waar halen we de kracht vandaan om door te gaan?
Het antwoord op die honger horen we in het evangelie van Johannes. Jezus zegt daar niet simpelweg: ‘Ik zal jullie brood geven.’ Hij zegt iets veel intiemer: “Ik ben het levende brood.” Hij geeft niet zomaar iets; Hij geeft Zichzelf. Dit is geen voedsel dat ons maar voor even verzadigt, maar voedsel dat onze ziel raakt. In de kleine, kwetsbare gedaante van een stukje brood, zegt God eigenlijk tegen ons: ‘Je staat er niet alleen voor. Ik ga met je mee, stap voor stap.’
Maar dit grote geschenk is geen privéaangelegenheid. De tweede lezing van Paulus aan de Korintiërs is daar kraakhelder over: “Omdat het brood één is, vormen wij met velen één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood.” De eucharistie is niet alleen iets wat we ontvangen, het is ook iets wat we worden. Door samen van dat ene brood te eten, worden de grenzen tussen ons afgebroken. We worden letterlijk aan elkaar gegeven.
Als we straks het Lichaam van Christus in ontvangst nemen en we antwoorden met ‘Amen’, dan zeggen we eigenlijk ‘Ja’ tegen onze roeping om sámen dat Lichaam te zijn in de wereld van vandaag. Laten we die boodschap van Sacramentsdag in ons hart sluiten. Dat we hier mogen komen om op krachten te komen en ons te laven aan dit ware brood. En dat we, wanneer we deze kerk straks weer verlaten, geïnspireerd zijn om zelf een stukje ‘brood’ te zijn voor een ander: voedend, versterkend en vol liefde voor de mensen om ons heen.
Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie