‘Wie denkt dat de Kerk verdampt, getuigt van weinig geloof’

‘Wie denkt dat de Kerk verdampt, getuigt van weinig geloof’

Tekst: Matheu Bemelmans | Foto’s: John Peters

Sommige zijn zo nauw met de Kerk verbonden dat pas opvalt hoe lang ze al actief zijn als ze ermee stoppen. Antoine Huenges Wajer (76) is zo iemand. Begin juni nam hij afscheid als lid van de Raad voor Economische Aangelegenheden (REA) van het bisdom. Hij was er zeker 35 jaar lid van, maar het zouden er ook zomaar 40 kunnen zijn geweest. Niemand die precies weet.

Thuis in Meerssen gaat de gepensioneerd notaris er eens goed voor zitten. “Ik ben op een gegeven moment in die REA gerold en elke keer als mijn zittingstermijn afliep, werd die weer verlengd. Ik weet eerlijk gezegd niet meer precies wanneer ik ben begonnen,” zegt hij. “Het was in ieder geval nog in de tijd van Mgr. Gijsen. Dus het moet ergens eind jaren tachtig zijn geweest. Sindsdien heb ik vier bisschoppen en wel zes algemeen-economen meegemaakt.”

 

Laten we aan het begin beginnen: wat doet een Raad voor Economische Aangelegenheden?

‘De REA is een adviesorgaan van de bisschop voor financieel-economische aangelegenheden. De commissie bestaat uit een stuk of zes leden, die meestal een achtergrond hebben als accountant, financieel expert, jurist of zoals in mijn geval als notaris. De REA moet de bisschop en de algemeen-econoom van het bisdom adviseren over belangrijke zakelijke besluiten, zoals het vaststellen van de begroting en de jaarrekening, de verkoop van onroerend of het beleid op het gebied van beleggingen. Meestal vergaderen we een keer of zes per jaar. Soms ook samen met het Kathedraal Kapittel, waarin alleen priesters zitting hebben.’

 

U hebt vier bisschoppen meegemaakt. Hoe was dat?

‘Met alle vier de bisschoppen had ik een prima relatie, hoewel ik het niet altijd met ze eens was. Ik herinner me nog dat bisschop Gijsen een nieuw reglement voor het katholiek onderwijs wilde invoeren. Ik vond dat geen goede zet, omdat heel veel scholen dan tegen juridische problemen aan zouden lopen. Ik heb daar een keer met hem tot midden in de nacht over gesproken. Toen ik naar huis ging, zei hij: je hebt me overtuigd. De volgende ochtend ging om half zeven de telefoon. De bisschop aan de lijn. Hij had de hele nacht niet geslapen van ons gesprek en het reglement ging toch door. Bisschop Wiertz had een heel ander karakter en Mgr. Smeets kende ik al goed voordat hij bisschop werd. Hij was doordrongen van de noodzaak om dingen te veranderen en is daar ook aan begonnen, maar heeft het door zijn ziekte helaas niet af kunnen maken. De huidige bisschop kwam van buiten het bisdom en dat lijkt me voor hem niet gemakkelijk. Hij heeft het initiatief genomen om synodale gesprekken over toekomst te houden. Ik hoop dat daar iets concreets uitkomt.’

 

Is er in de ruim 35 jaar dat u lid was van de REA veel veranderd?

‘Oh, een heleboel. In de begintijd konden er veel sneller besluiten worden genomen. Dat had zeker met de bestuursstijl van de toenmalige bisschop te maken, maar er lijken sindsdien meer personen en gremia te zijn bijgekomen die ergens iets van moeten vinden. En de materie is ingewikkelder geworden. Toen ik aantrad, werden er geen kerken gesloten of verbouwd tot appartementen. Nu gaat het daar voortdurend over. Je moet tegenwoordig echt een financieel expert zijn om alle ontwikkelingen goed te kunnen volgen. De meeste priesters zijn dat niet. Daarom ben ik er altijd een voorstander van geweest om het pastorale en het zakelijke beleid van de Kerk uit elkaar te halen. Een bisschop zou zich eigenlijk niet met zakelijke kwesties bezig hoeven houden. Een pastoor in een parochie ook niet. In de protestantse kerk is de dominee ook niet verantwoordelijk voor de inkomsten en de uitgaven van de kerk, dat regelt de kerkenraad. Mijn idee zou zijn om dat in parochies ook zo te regelen, maar daar is niet iedereen het mee eens.’



Maakt u zich zorgen over de zakelijke kant van de Kerk?

‘Er zijn zeker zorgen. De inkomsten lopen al jaren terug, terwijl de kosten stijgen. Bisschop Wiertz vertrouwde heel erg op wat hij de ‘heilseconomie’ noemde. Dat wil zeggen dat er opeens uit onverwachte hoek geld komt, waardoor het probleem weer voor even opgelost is. Soms werkt het inderdaad ook zo, maar inmiddels zijn de gaten in de begroting zo groot dat ook de heilseconomie die niet meer kan dichten. Dus moeten er heel fundamentele beslissingen worden genomen.’

 

Zoals?

‘Zoals het samenvoegen van parochies, waardoor je kosten kunt besparen. Dat was in de jaren negentig nog helemaal niet aan de orde, maar het kan nu niet anders. Waar ik mij wel eens zorgen over maak, is dat die samenwerking soms spaak loopt door gebrek aan solidariteit tussen parochies. Ik hoor wel eens van kerkbesturen dat ze bang zijn dat al het geld dat er is in een bodemloze put verdwijnt. Daar kan ik heel boos om worden, want investeren in samenwerking en een gezamenlijke toekomst is nooit een bodemloze put. Bovendien is een gebrek aan solidariteit tussen parochies geen goed voorbeeld. Als er binnen de Kerk geen solidariteit bestaat, hoe moeten de gelovigen dat ervaren?’

 

Eigenlijk hebt u het in al die jaren alleen maar achteruit zien gaan?

‘In zekere zin wel, maar ik ben niet pessimistisch. De Kerk zit in een dal, dat is iets wat zeker is. Maar dat is vaker gebeurd. In de 15e en 16e eeuw waren er ook grote problemen in de Kerk. Het is altijd een proces van ups en downs geweest. Wie echt denkt dat de Kerk verdampt, getuigt van weinig geloof. God laat de Kerk niet verdwijnen. Er gebeuren gelukkig ook heel veel positieve dingen. Kijk naar het groeiend aantal jongeren dat katholiek wordt of naar Mathiaskerk in Maastricht, waar een heel nieuwe en jonge geloofsgemeenschap ontstaat.’

 

U was niet alleen lid van de REA, maar ook van andere besturen en van diverse broederschappen. Waar komt die betrokkenheid vandaan?

‘Ik heb altijd graag dingen georganiseerd. Dat is een tic van me. Dat deed ik tijdens mijn middelbareschooltijd en later tijdens mijn studie in Nijmegen al en dat is altijd zo gebleven. Zo ga ik ook al heel lang elk jaar wel een keer naar Rome. Ik heb ook vaker reizen voor groepen mogen organiseren. Verslavend, zo mooi als die stad is. En van het een komt vaak het ander. Jaren geleden heb ik in Rome kardinaal Wim Eijk leren kennen, die toen nog een studerend priester was. Door hem ben ik lid van een stichting rond medische ethische vragen geworden. In die broederschappen tref ik weer andere mensen die ook heel erg kerk-betrokken zijn en dat spreekt me wel aan.’

 

Wat raakt u zo in het geloof?

‘Het besef dat God er is. Ik kan mij niet voorstellen dat er mensen zijn die het bestaan van God ontkennen. Via de Bijbel komt zijn boodschap toch heel duidelijk naar ons toe. En ook heel veel praktische handreikingen: Heb God lief en je naaste als jezelf. Dat betekent dat je eerst van jezelf moet houden om van een ander te kunnen houden.  Dat is toch prachtig. Ik denk veel over dat soort dingen na. Ik heb een goed leven, maar daar hoef ik me niet schuldig over te voelen, want ik probeer ook goed te doen voor anderen. Ik ben opgegroeid in de tijd van het Tweede Vaticaans Concilie. Er gingen opeens allerlei dingen in de Kerk veranderen. Mijn ouders hadden daar veel moeite mee. Zij vervreemdden uiteindelijk van de Kerk, maar bleven wel kaarsen opsteken in de Gemmakapel waar zij vlakbij woonden. Zelf heb ik altijd veel waarde gehecht aan de orthodoxie. Ik vind ook dat je als ouders een grote verantwoordelijkheid om het geloof door te geven aan je kinderen.’

 

Is dat gelukt?

‘Onze kinderen zijn gelukkig katholiek gebleven. Dat mag ik gerust zeggen. Met name dankzij mijn vrouw, want ik was vaak weg. Ook zij is jarenlang actief geweest voor de Kerk in allerlei gremia. Wij zijn reuze gelukkig dat onze beide kleinkinderen het Doopsel en de Eerste Heilige Communie mochten ontvangen. Een van onze dochters werkt zelfs voor de Kerk. Zij woont in Jeruzalem en werkt voor patriarch Pizzaballa. Zij organiseert voor het patriarchaat hulp aan de gekwelde Palestijnen, vooral in Gaza. Hun omstandigheden in Gaza, maar ook steeds meer op de Westbank, zijn afgrijselijk. Ook christenen ervaren toenemende onderdrukking. Mijn dochter doet vanuit het Patriarchaat – vanuit haar geloof – ontzettend goed werk, maar het is niet ongevaarlijk.’

 

Dat lijkt me als ouder niet zo eenvoudig.

‘Dat klopt. Wij maken ons ook regelmatig zorgen over haar. Het heeft ertoe geleid dat ik me intensief in de situatie van de Palestijnen ben gaan verdiepen en ik geef daar nu regelmatig lezingen over. Ik maak me met name heel veel zorgen over wat er met de mensen in Gaza en de Westbank gebeurt. Daar is zoveel onrecht, zoveel kwaad. Jaren geleden ben ik in Auschwitz geweest. Dat heeft ontzettend veel indruk op me gemaakt. Ik heb dat echt ervaren als het werk van de duivel. Ik kan er mijn pet niet bij dat Israël nu in Gaza en de Westbank min of meer hetzelfde doet, namelijk genocide en een heel volk dehumaniseren. Het maakt mij ontzettend boos dat de westerse landen er maar niet in slagen om daar iets tegen te doen. Tijdens mijn lezingen probeer ik in ieder geval mensen hier daar bewust van te maken.’

 

Tegelijkertijd zegt u dat u positief naar de toekomst kijkt. Hoe moet ik dat rijmen?

‘Omdat ik er vast van overtuigd ben dat het uiteindelijk goed zal komen. Die positieve instelling is mijn drive om vanuit het geloof te werken in de wijngaard, om het maar eens plechtig te zeggen. Het is de taak van elke christen om het geloof door te geven. Ik probeer dat te doen met zakelijke en juridische adviezen en door lezingen te geven over het Heilig Land. Hopelijk helpt dat om iets van het maatschappelijk netwerk van de Kerk overeind te houden.’

 

Antoine Huenges Wajer

Antoine Huenges Wajer werd in 1949 in Maastricht geboren. Hij groeide op in Sittard en ging daar naar het Bisschoppelijk College. Een studie medicijnen in Amsterdam brak hij na drie jaar af om zijn dienstplicht te vervullen. Daar volgde hij een opleiding tot meteoroloog. Eenmaal uit dienst besloot hij in de voetsporen van een oom te treden en de opleiding tot notaris te volgen. Als kandidaat-notaris werkte hij in Goes en Heerlen, om uiteindelijk in Maastricht zijn eigen kantoor te openen. Hoewel hij officieel met pensioen is, werkt hij daar nog twee dagen per week. Huenges Wajer is getrouwd en vader van drie volwassen kinderen en grootvader van twee kleinkinderen. Hij bekleedt diverse bestuursfuncties en is lid van twee broederschappen en een ridderorde. Van midden jaren tachtig tot juni 2026 maakte Huenges Wajer deel uit van de Raad voor Economische Aangelegenheden van het bisdom Roermond.

Ontvang onze nieuwsbrieven

Meld je aan en blijf op de hoogte van het laatste nieuws