Num 3,5-9; Mt 20,25-28
In het ambt van diaken blijkt met meest duidelijk dat het werken in de Kerk dienstwerk is. Elk ambt is een dienst, ook het vrijwilligerswerk is een dienst aan de plaatselijke gemeenschap. De bisschop dient het bisdom … in verbondenheid met de wereldkerk. Een priester dient de parochie … in verbondenheid met de bisschop en het bisdom. Maar in het ambt van diaken blijkt het meest duidelijk dat het werken in de Kerk dienstbetoon is. Het is versleuteld in de naam ‘diaken’ (dienaar). Vaak zien we de diaken aan de zijde van de bisschop of de priester.
Van de twaalf stammen van Israël is er één – de stam Levi – die een bijzondere plaats inneemt in het volk. De Levieten staan de priesters bij in hun taak in de tempel van Jeruzalem. De priesters zijn de zonen van Aäron, die trouwens ook uit diezelfde stam Levi voortkomen. Aäron is een broer van Mozes. De Levieten vervullen allerlei dienende functies in de tempel. Zij dragen zorg voor de inboedel van de tempel. Ze ondersteunen de priesters bij het opdragen van de offers, bewaken het heiligdom, verzorgen allerlei praktische werkzaamheden. Ze vervullen de taak van zangers, poortwachters en beheren de tempelvoorraden en schatten. In het wijdingsgebed zo dadelijk horen we “Gij hebt de zonen van Levi uitverkoren voor het vervullen van het dienstwerk van het eerste tabernakel.”
Maar ‘dienen’ is niet alleen liturgisch dienstwerk. Dienen is ook een houding die ons als christenen moet kenmerken in de samenleving en in de machtsverhoudingen die er nu eenmaal zijn in onze Kerk en onze wereld. Jezus weet en ziet heel goed om zich heen, dat de groten der aarde misbruik maken van hun macht en dat het mis gaat. Sommige koningen en – moderner gezegd – presidenten regeren met ijzeren vuist. “Dit mag bij u niet het geval zijn.” Hoe duidelijk willen we het hebben!
Jezus vervolgt zijn kritiek op de machthebbers met een positieve aansporing: “Wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn.” Hij legt daarmee al vrij snel de vinger op de zere plek. Het najagen van macht en het streven naar een machtige positie begint bij de innerlijke drang om groot te willen zijn. Het grote gevaar schuilt in de mens die zich niet bewust is van zijn positie, die zijn positie misbruikt voor eigen gewin of voor familie en vrienden of de eigen sociale en politiek groep. Macht hebben is op zich niet verkeerd. Het is vaak nodig om problemen op te kunnen lossen en de ontwikkeling van de mensheid de goede kant op te sturen. Maar als er in je hart een streven is naar ‘groot willen zijn’, belangrijk gevonden willen worden, gekend en gevierd zijn, moet je oppassen. De innerlijke houding moet die van de dienaar zijn. Hij moet bereid zijn om zijn leven te geven zoals Jezus zijn leven gaf als losprijs voor velen.
Beste Henk, vandaag worden jullie opgenomen in de wijdingsorde van het diaconaat. Het ambt dat het beste laat zien dat we allemaal dienaars moeten zijn. Door gebed en het opleggen van mijn handen ontvangen jullie deze genade, waarmee je dienstbaar wilt zijn aan de gemeenschap van de Kerk en aan de gemeenschap in onze samenleving. Een van de rollen van de diaken is de verbinding leggen en onderhouden die er is tussen de Kerk en de samenleving.
Beste Marjan, als echtgenote ondersteun je de keuze van je man. Die steun heeft hij nodig, want de eerste roeping van een gehuwde diaken is en blijft het huwelijk en het gezin. Aan jou en jullie gezin zal hij trouw zijn. Ik dank je ook voor de ruimte die je aan Henk hebt geboden in de afgelopen jaren van opleiding en vorming aan het Theologisch Instituut Rolduc waardoor hij menig weekend afwezig was.
De diaken in zijn rol naar de samenleving zou ik willen samenvatten met de woorden ‘hoop’ en ‘vrede’. In de gebeden na het Onzevader komen deze woorden in de H. Eucharistie voor. Jullie herkennen ze wel: “Geef genadig vrede in onze dagen, […] terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de komst van onze Verlosser, Jezus Christus.” En daarna volgt nog het gebed om vrede en de vredewens aan elkaar. Op dit sleutelmoment in de mis – zo vlak vóór het ontvangen de H. Communie – zijn ‘hoop’ en ‘vrede’ sleutelwoorden. Onze gemeenschap met Christus is gericht op vrede en hoop in onze eigen kring én in onze samenleving. Het is onze roeping een bijdrage te leveren.
De hoop en de vreugde ontlenen we aan onze relatie met Christus die we het meest intens vieren in de Eucharistie en bij het ontvangen van de H. Communie. Christus is onze hoop, Hij is onze vrede. Als wij werkzaam zijn in Kerk en samenleving, gaan we steeds weer naar deze bron terug. Het is de vrede van Christus waar wij ons door laten leiden; de vrede van de wereld – het zwijgen van de wapens en het ophouden van ruzie – is niet genoeg. Het is de hoop die ons in Christus wordt geboden, niet louter positief denken en optimisme. Het is de hoop die Christus brengt door lijden en dood heen, de hoop die ons doet uitzien naar de eeuwigheid. We leven vanuit die hoop en die vrede.
Ik hoop dat jij een brenger mag zijn van hoop en vrede. Over deze thema’s heb je in je scripties nagedacht. Hoe kan een diaken een man van vrede zijn en van hoop? Dat kan zeker. Ga op die weg. Straal hoop en vrede uit en veranker die steeds weer in Christus die onze ware vrede en onze uiteindelijke hoop is.
Mgr. Dr. C.F.M. van den Hout,
bisschop van Roermond